Klacht over de raadsonderzoeker en de uitvoering van het raadsonderzoek; klager is als ouder met gezag niet betrokken bij het onderzoek en informatie is achtergehouden.

Zaaknummer: 17.128Td
Datum beslissing: 15 augustus 2018
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klager verwijt beklaagde dat hij vooraf niet geïnformeerd is over het doel, de werkwijze en het tijdspad van het raadsonderzoek, en niet over de vorderingen. Voor het College staat vast dat het raadsonderzoek op 31 augustus 2017 van start is gegaan. Binnen een week, namelijk op 6 september 2017, is er tussen klager en beklaagde een afspraak ingepland voor 14 september 2017. Die afspraak is voortijdig afgebroken, waarna klager niet meer met beklaagde wilde praten. Uit het dossier is voorts gebleken dat zowel in een brief van 15 september als in een brief van 22 september 2017 klager is gewezen op de website van de RvdK, waar hij informatie kon vinden over doel, werkwijze en tijdspad van het raadsonderzoek. Voorts is op 22 september 2017 vanwege de communicatieproblemen tussen klager en beklaagde een tweede raadsonderzoeker toegevoegd, die klager verder op de hoogte heeft gehouden van het onderzoek. Het College is van oordeel dat klager voldoende is geïnformeerd.

Klager verwijt beklaagde voorts dat hij is weggelopen tijdens het gesprek op 14 september 2017 bij klager thuis. De reden was dat klager het gesprek op wilde nemen. Beklaagde eiste dat klager daarvoor een formulier zou ondertekenen. Klager heeft vanaf het begin gezegd dat hij geluidsopnamen zou gaan maken. Later heeft de Klachtencommissie ook geoordeeld dat hier geen schriftelijke afspraken over gemaakt hoefde te worden. Het College overweegt dat er ten aanzien van de geluidsopnamen die klager tijdens het gesprek wilde maken, gewerkt is volgens de geldende werkinstructies binnen de RvdK. Het is gerechtvaardigd dat voorafgaand aan een opname van een gesprek afspraken gemaakt worden over onder meer het gebruik daarvan. Daar was des te meer reden voor omdat klager beklaagde zonder diens instemming had toegevoegd aan een onbekende WhatsApp-groep. Er kan beklaagde geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt dat hij conform de toen geldende werkinstructies binnen de RvdK deze afspraken schriftelijk wilde maken.

Klager verwijt beklaagde dat hij van het raadsonderzoek is buitengesloten. Het College overweegt dat uit het dossier voldoende is gebleken dat er steeds getracht is met klager inhoudelijk in gesprek te komen. Dat is helaas niet gelukt. Over en weer zijn er voorwaarden gesteld. Echter, ook nadat de RvdK haar voorwaarden had versoepeld, is klager niet ingegaan op een uitnodiging voor een inhoudelijk gesprek. Het College is van oordeel dat klager voldoende gelegenheid is geboden zijn mening te geven.Beklaagde wordt tot slot verweten dat zijn persoonsgegevens onrechtmatig zijn verwerkt. Het College is van oordeel dat de verantwoordelijkheid voor het op juiste en rechtmatige wijze verwerken van persoonsgegevens bij de instelling ligt. Beklaagde is niet tekort geschoten in de informatievoorziening en heeft geen beroepsnorm geschonden.