Klacht over maatschappelijk werkster Veilig Thuis, die een verzoek tot onderzoek aan de Raad vol onwaarheden en zonder bronvermelding zou hebben geschreven, over de te korte tijd om daarop te kunnen reageren en over onheuse bejegening in e-mails.

Zaaknummer: 17.123T
Datum beslissing: 4 mei 2018
Oordeel: klachtonderdelen I, III en IV deels gegrond klachtonderdeel II ongegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. Zie voor de beslissing van het College van Beroep: zaaknummer 18.010B.

De klacht van klaagster bestaat uit vier klachtonderdelen. I en IV gaan over het verzoek tot onderzoek dat beklaagde heeft geschreven ten behoeve van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). Klaagster verwijt beklaagde dat er een veelheid aan fouten/verwijtbare onwaarheden in staat, de werkelijkheid is vertekend en er is geen bronvermelding. In klachtonderdeel II verwijt klaagster beklaagde dat het onmogelijk was om in twee dagen het concept verzoek tot onderzoek te becommentariëren. In klachtonderdeel III verwijt klaagster beklaagde dat de toonzetting in de e-mails respectloos is en dat zij op buitenproportionele wijze allerlei voor klaagster en de minderjarige diep ingrijpende maatregelen in gang heeft gezet.

Het College is van oordeel dat beklaagde in het verzoek tot onderzoek op een aantal punten zorgvuldiger had kunnen zijn. Het College vindt dat ook terug bij ‘Vuistregels dossiervorming’ van het VNG-model ‘Handelingsprotocol voor het Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling’. Daarin staat dat de gegevens zo feitelijk mogelijk worden vastgelegd en dat speculaties en interpretaties vermeden worden. Van vertekening van de werkelijkheid is echter geen sprake. Wel had beklaagde in haar verzoek tot onderzoek ten aanzien van de melding meer genuanceerd kunnen zijn. Bronnen zijn vermeld, maar beklaagde had nog explicieter kunnen aangeven wanneer zij citeert en wanneer zij zich baseert op de kennis en kunde van andere
betrokkenen. Ten aanzien van het concept rapport heeft beklaagde vermeld dat klaagster tot het weekend daarop de tijd heeft gekregen om te reageren. Klaagster beweert dat zij slechts één weekend de tijd had commentaar te leveren. Voor het College staat vast dat klaagster het concept verzoek tot onderzoek zeer uitgebreid heeft becommentarieerd. Daaruit maakt het College op dat klaagster voldoende tijd heeft gehad te reageren en kennelijk in haar belangen niet is geschaad. Haar commentaar is ook aan de RvdK gestuurd.

Het College is ten aanzien van de toonzetting in de e-mails van oordeel dat deze niet zozeer respectloos is, als wel wat voorbarig en suggestief. Zij had klaagster dezelfde boodschap op wat meer prudente wijze kunnen presenteren. Het College vindt niet dat beklaagde op buitenproportionele wijze en zonder enige grond diep ingrijpende maatregelen in gang heeft gezet. Vast staat dat er een melding bij Vellig Thuis is binnengekomen. In dat geval is de Meldcode ‘Basismodel Huiselijk Geweld en Kindermishandeling’ van toepassing. De volgende stap is dat er gekeken wordt of er daadwerkelijk sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling. Daarna dient beoordeeld te worden of, en zo ja welke stappen genomen moeten worden. In het Triage-overleg, waar beklaagde niet bij aanwezig was, is besloten dat er reden was voor een verzoek tot onderzoek. Omdat beklaagde klaagster al kende, is besloten om beklaagde toe te voegen aan de zaak. De verantwoordelijkheid voor deze vervolgstap ligt naar het oordeel van het College bij Veilig Thuis en kan beklaagde niet persoonlijk verweten worden.

Het College komt op grond van het voorgaande tot de slotsom dat beklaagde met betrekking tot de deels gegronde klachtonderdelen I, III en IV artikel D (‘Bevorderen van het vertrouwen in de jeugdzorg’) van de Beroepscode voor de Jeugdprofessional heeft geschonden.

De klacht van klaagster bestaat uit vier klachtonderdelen. I en IV gaan over het verzoek tot onderzoek dat beklaagde heeft geschreven ten behoeve van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). Klaagster verwijt beklaagde dat er een veelheid aan fouten/verwijtbare onwaarheden in staat, de werkelijkheid is vertekend en er is geen bronvermelding. In klachtonderdeel II verwijt klaagster beklaagde dat het onmogelijk was om in twee dagen het concept verzoek tot onderzoek te becommentariëren. In klachtonderdeel III verwijt klaagster beklaagde dat de toonzetting in de e-mails respectloos is en dat zij op buitenproportionele wijze allerlei voor klaagster en de minderjarige diep ingrijpende maatregelen in gang heeft gezet.

Het College is van oordeel dat beklaagde in het verzoek tot onderzoek op een aantal punten zorgvuldiger had kunnen zijn. Het College vindt dat ook terug bij ‘Vuistregels dossiervorming’ van het VNG-model ‘Handelingsprotocol voor het Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling’. Daarin staat dat de gegevens zo feitelijk mogelijk worden vastgelegd en dat speculaties en interpretaties vermeden worden. Van vertekening van de werkelijkheid is echter geen sprake. Wel had beklaagde in haar verzoek tot onderzoek ten aanzien van de melding meer genuanceerd kunnen zijn. Bronnen zijn vermeld, maar beklaagde had nog explicieter kunnen aangeven wanneer zij citeert en wanneer zij zich baseert op de kennis en kunde van andere betrokkenen. Ten aanzien van het concept rapport heeft beklaagde vermeld dat klaagster tot het weekend daarop de tijd heeft gekregen om te reageren. Klaagster beweert dat zij slechts één weekend de tijd had commentaar te leveren. Voor het College staat vast dat klaagster het concept verzoek tot onderzoek zeer uitgebreid heeft becommentarieerd. Daaruit maakt het College op dat klaagster voldoende tijd heeft gehad te reageren en kennelijk in haar belangen niet is geschaad. Haar commentaar is ook aan de RvdK gestuurd.

Het College is ten aanzien van de toonzetting in de e-mails van oordeel dat deze niet zozeer respectloos is, als wel wat voorbarig en suggestief. Zij had klaagster dezelfde boodschap op wat meer prudente wijze kunnen presenteren. Het College vindt niet dat beklaagde op buitenproportionele wijze en zonder enige grond diep ingrijpende maatregelen in gang heeft gezet. Vast staat dat er een melding bij Vellig Thuis is binnengekomen. In dat geval is de Meldcode ‘Basismodel Huiselijk Geweld en Kindermishandeling’ van toepassing. De volgende stap is dat er gekeken wordt of er daadwerkelijk sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling. Daarna dient beoordeeld te worden of, en zo ja welke stappen genomen moeten worden. In het Triage-overleg, waar beklaagde niet bij aanwezig was, is besloten dat er reden was voor een verzoek tot onderzoek. Omdat beklaagde klaagster al kende, is besloten om beklaagde toe te voegen aan de zaak. De verantwoordelijkheid voor deze vervolgstap ligt naar het oordeel van het College bij Veilig Thuis en kan beklaagde niet persoonlijk verweten worden.