Klacht tegen de gezinscoach over de door haar feitelijk onjuist verstrekte informatie aan Veilig Thuis en de RvdK wordt gegrond verklaard. Artikelen D (Bevorderen van het vertrouwen in de jeugdzorg) en E (Respect) van de Beroepscode zijn geschonden en de maatregel van berisping wordt opgelegd.

Zaaknummer: 18.091T
Datum beslissing: 30 november 2018
Oordeel: klachtonderdeel I gegrond; klachtonderdelen II en III ongegrond
Maatregel: berisping

Download de volledige beslissing in pdf

Klaagster is de moeder van een minderjarige dochter. Klaagster heeft drie klachtonderdelen tegen de betrokken gezinscoach van het CJG ingediend. Samengevat hebben de klachtonderdelen betrekking op de door beklaagde gedane melding bij Veilig Thuis, de afgelegde verklaring aan de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en het contact dat zij heeft gehad met derden. Klachtonderdeel I bevat meerdere verwijten omtrent de door beklaagde verstrekte informatie aan Veilig Thuis en de RvdK. Het klachtonderdeel wordt gegrond verklaard, omdat voor het College voldoende is vast te komen staan dat beklaagde op bepaalde punten feitelijk onjuiste informatie heeft verstrekt. Het College concludeert dat door het verstrekken van deze onjuiste informatie een niet correct en mogelijk eenzijdig beeld van klaagster en de situatie rondom de dochter is ontstaan. Het College acht het handelen van beklaagde in strijd met artikel E (Respect) en artikel D (Bevorderen van het vertrouwen in de jeugdzorg) van de Beroepscode. Beklaagde heeft de verklaringen afgelegd c.q. de informatie verstrekt nadat zij pas een korte tijd betrokken was en klaagster niet tot nauwelijks gesproken had. Het College neemt dit beklaagde ernstig kwalijk, te meer gelet op de latere rectificatie die het CJG heeft afgegeven, waarin een meer positievere slotpassage over klaagster is opgenomen. Klachtonderdelen II (contact met derden) en III (de consequenties van de verstrekte informatie aan Veilig Thuis en de RvdK) worden ongegrond verklaard door het College.

Gelet op het ernstig verwijtbaar handelen ten aanzien van het eerste klachtonderdeel en omdat beklaagde tijdens de mondelinge behandeling van de klacht onvoldoende blijk van reflectie heeft gegeven, acht het College het passend en geboden om aan beklaagde de maatregel van berisping op te leggen. Het College heeft hierbij meegewogen dat informatie zoals opgenomen in documentatie, afkomstig van een hulpverlener of hulpverlenende instantie, langdurige en mogelijk ernstige gevolgen voor betrokkenen kunnen hebben. Het is belangrijk dat een jeugdprofessional zich hiervan bewust is en mede met het oog hierop informatie over (een) cliƫnte(n) zorgvuldig documenteert of doorgeeft aan andere instanties.