Klacht tegen de gezinsvoogd over onder andere het niet opstellen van een Plan van Aanpak en dat de zoon zonder toestemming van klaagster of via vervangende toestemming van de rechtbank op een zorgboerderij is geplaatst. Het College verklaart klaagster in twee klachtonderdelen niet-ontvankelijk en verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond.

Zaaknummer: 18.115T
Datum beslissing: 24 januari 2019
Oordeel: klachtonderdelen I, III, IV, V en VI ongegrond; klaagster niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen II en VII
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. De procedure van het College van Beroep loopt nog. 

Klaagster is de moeder van een zoon. Zij heeft het eenhoofdig ouderlijk gezag. De zoon is onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst in een voorziening voor pleegzorg. Klaagster heeft zeven klachtonderdelen ingediend. Deze samenvatting gaat alleen in op de relevante klachtonderdelen I, II en VII.

Klaagster verwijt beklaagde allereerst dat er na de uitspraak van de rechtbank over de verlenging van de ondertoezichtstelling nog steeds geen nieuw Plan van Aanpak ligt. Beklaagde heeft volgens het College onweersproken gesteld dat het bestaande Gezinsplan tussentijds steeds is geactualiseerd en dat alle geactualiseerde versies aan klaagster zijn toegestuurd. Hoewel een Gezinsplan samen met de ouder wordt opgesteld, heeft beklaagde verklaard dat het niet eenvoudig was om met klaagster in gesprek te gaan. Gelet op de taak die op beklaagde rust en in het belang van de zoon, heeft zij er daarom voor gekozen om het Gezinsplan zonder klaagster te actualiseren. Het College kan de handelswijze van beklaagde hierin goed volgen.
In klachtonderdeel III verwijt klaagster beklaagde dat zij herhaaldelijk buiten spel wordt gezet. Zo heeft beklaagde de zoon zonder toestemming van klaagster, dan wel via vervangende toestemming van de rechtbank op de zorgboerderij geplaatst. Het College overweegt dat nu er een machtiging uithuisplaatsing ligt beklaagde, namens de GI als de uitvoerder van deze kinderbeschermingsmaatregel, mocht bepalen dat de zoon geplaatst wordt op de zorgboerderij. Hiervoor is de toestemming van klaagster niet noodzakelijk ook al is zij een ouder met gezag. Wel moet een ouder met gezag geïnformeerd worden. Beklaagde heeft klaagster per e-mailbericht medegedeeld dat er een goede plek voor de zoon is gevonden en daarmee heeft zij aan haar informatieplicht voldaan.

In klachtonderdeel II richt klaagster zich tot de GI en niet tot beklaagde. In klachtonderdeel VII klaagt klaagster over collega’s van beklaagde. Het College is alleen bevoegd het beroepsmatig handelen van de bij SKJ geregistreerde professional/beklaagde aan de algemene tuchtnorm te toetsen. Het College is niet bevoegd om klachten te toetsen die zich richten tegen een instelling. Ook is het College in deze procedure niet bevoegd om klachten te toetsen die gaan over het handelen en nalaten van andere personen. Het College verklaart klaagster daarom niet-ontvankelijk in deze klachtonderdelen.