Klacht tegen de jeugdbeschermer dat oude rapportages naar de rechtbank zijn gestuurd, dat zorgmeldingen zijn genegeerd, dat er niet gekeken is naar informatie waaruit blijkt de minderjarige teruggeplaatst kan worden bij klaagster en dat er amateuristisch is omgegaan met afspraken over de kerstvakantie. De organisatie van de bezoeken van de kinderen tijdens de kerstvakantie is volgens het College niet optimaal geregeld. Artikel O (‘Beroepsuitoefening en samenwerking’) is geschonden. Het College legt geen maatregel op.

Zaaknummer: 18.003T
Datum beslissing: 22 oktober 2018
Oordeel: klachtonderdeel IV gegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klagers zijn de moeder van twee kinderen en haar nieuwe partner. De kinderen zijn onder toezicht gesteld. Moeder en de vader van de kinderen hebben gezamenlijk het gezag. Klagers hebben vijf klachtonderdelen ingediend. In deze samenvatting wordt alleen ingegaan op de relevante klachtonderdelen I, II, III en IV.

Klagers verwijten beklaagde allereerst dat zij oude rapportages naar de rechtbank heeft gestuurd ter onderbouwing van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing. Het College zegt daarover dat het gangbaar is dat jeugdprofessionals ook oudere informatie meesturen naar de rechter in verband met de context van de casus. Naast oude informatie heeft beklaagde overigens ook recente informatie naar de rechtbank gestuurd.

Het tweede verwijt van klagers is dat zij vinden dat er vaak niet geluisterd wordt naar zorgsignalen die zij uiten over de zoon. De zoon is onder toezicht gesteld en woont bij vader. Bij vader is hulp ingezet voor vader en zoon. Eén van de betrokken instellingen was verantwoordelijk voor de medicatie. Het College geeft aan dat het lang kan duren voordat medicatie goed is ingeregeld, maar dat dat beklaagde niet te verwijten is.

Ten derde wordt beklaagde verweten dat zij bij haar standpunt blijft dat de dochter niet bij klagers kan worden teruggeplaatst. Het College stelt vast dat er ten aanzien van de terugplaatsing een verschil in visie bestaat tussen de GI en het LdH. Het College merkt op dat niet het College, maar de rechter bevoegd is om te toetsen of de dochter kan worden teruggeplaatst bij klagers. Het College kan alleen toetsen of beklaagde met haar handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijke beroepsuitoefening. Dat is hier wel het geval. Volgens het College heeft beklaagde alle opties met betrekking tot het perspectief van de dochter meegewogen, waarbij steeds gehandeld is vanuit het belang van de dochter.

Bij het vierde klachtonderdeel stelt het College vast dat de organisatie van de bezoeken van de kinderen in de kerstvakantie niet optimaal is geweest. Het College kan zich voorstellen dat een goede en duidelijke bezoekregeling in vakanties belangrijk is voor zowel de kinderen als voor klagers. Volgens het College heeft het belang van vooral de dochter hier onvoldoende voorop gestaan. Dit klachtonderdeel is derhalve gegrond: de planning van de kersvakantie is niet naar behoren verlopen, waardoor artikel O (‘Beroepsuitoefening en samenwerking’) van de Beroepscode geschonden is. Beklaagde heeft dit ook erkend en haar excuses aangeboden.

Nu er één klachtonderdeel gegrond is verklaard, beklaagde zich heeft ingespannen om het nadeel te keren, heeft gereflecteerd op het eigen handelen, haar excuses heeft aangeboden en de overige klachtonderdelen ongegrond zijn, legt het College geen maatregel op.