Klacht tegen de jeugdbeschermer die is betrokken bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Naar het oordeel van het College heeft deze onder de geschetste omstandigheden van het geval niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld bij het te laat opstellen van het Plan van Aanpak.

Zaaknummer: 17.142T
Datum beslissing: 24 mei 2018
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klager heeft tegen de jeugdbeschermer, die betrokken is geweest bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling, negen klachtonderdelen ingediend. Klager stelt dat beklaagde het Plan van Aanpak te laat en niet in samenspraak met hem heeft opgesteld. Ten tweede heeft beklaagde onterecht aangestuurd op medicatie in plaats van een her diagnose van de ADHD bij de minderjarige. Ten derde heeft beklaagde moeder niet heeft willen motiveren voor het ouderschapsplan. Ten vierde is beklaagde onterecht niet bij hem op huisbezoek geweest. Ten vijfde heeft beklaagde onvoldoende samengewerkt met school rondom de totstandkoming van de toelaatbaarheidsverklaring. Ten zesde stelt klager dat hij niet juist is geïnformeerd en ongelijkwaardig is betrokken als ouder met gezag. Ten zevende heeft beklaagde zonder toestemming informatie bij derde opgevraagd. Ten achtste is door beklaagde de verslaglegging niet bij klager gecontroleerd of de informatie klopt en belangrijke informatie is achterwege gelaten. Tot slot stelt klager dat hij onjuist is voorgelicht over de procedure, inzage en bezwaar tegen de schriftelijke aanwijzing en onnodige barrières zijn opgeworpen. Het College oordeelt dat alle klachtonderdelen ongegrond zijn. In deze samenvatting wordt één klachtonderdeel kort toegelicht. In klachtonderdeel één, betreffende het te laat opstellen van het Plan van Aanpak, oordeelt het College dat onder de door beklaagde geschetste omstandigheden en gezien haar vele inspanningen zij zorgvuldig heeft gehandeld en binnen de grenzen van een redelijke bekwame beroepsuitoefening is gebleven. Beklaagde heeft toegelicht dat zij zich intensief heeft ingespannen om de samenwerking met klager tot stand te brengen. Een traject waarbij een gezamenlijk Plan van Aanpak moet worden opgesteld kan alleen volbracht kan worden als beide partijen zich hier voor inspannen. Gebleken is dat klager – ondanks de vele pogingen door beklaagde – hieraan niet heeft meegewerkt. Met betrekking tot de overige klachtonderdelen heeft het College geoordeeld dat het door klager gestelde onvoldoende is onderbouwd dan wel gemotiveerd is weerlegd in het verweer en tijdens de mondelinge behandeling.