Klacht tegen de jeugdbeschermer onder meer over het opvragen van medische informatie zonder toestemming van klager

Zaaknummer: 17.135T
Datum beslissing: 4 juni 2018
Oordeel: Klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klager, de vader van een minderjarige dochter, heeft tegen de jeugdbeschermer (de gezinsvoogd) drie klachtonderdelen ingediend. Ten eerste verwijt klager de gezinsvoogd dat sprake is van schending van klagers privacy, omdat door beklaagde (medische) informatie bij klagers huisarts en klagers behandelaar van een regionale GGZ-instelling is opgevraagd, zonder dat klager hiervoor toestemming verleend heeft. In het tweede klachtonderdeel verwijt klager beklaagde dat zij een onterechte verklaring gedaan heeft tijdens een zitting bij de kinderrechter. Ten derde wordt beklaagde verweten dat zij informatie heeft gedeeld met de school van de dochter.

Beklaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College verklaart alle klachtonderdelen ongegrond. Deze samenvatting gaat in op het eerste klachtonderdeel: het verwijt dat beklaagde medische gegevens heeft opgevraagd bij de behandelaren van klager zonder zijn toestemming. Het College leidt allereerst uit de door klager overlegde e-mailberichten afkomstig van beklaagde en de overige stukken in het dossier niet af dat beklaagde vertrouwelijke (medische) informatie van klager bij zijn behandelaren heeft opgevraagd, zoals door klager wordt gesteld.  Daarnaast acht het College dat beklaagde juist en conform artikel K (vermoeden kindermishandeling) van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker heeft gehandeld door de zorgen over de dochter met de huisarts te bespreken en het gezinsplan conform afspraak toe te sturen. Dit gelet op de zorgelijke uitspraken van de dochter – aangaande lichamelijke mishandeling en seksueel misbruik – waar tijdens het raadsonderzoek geen uitsluitstel over kon worden gegeven. Ook heeft beklaagde in het contact met klagers behandelaar bij de regionale GGZ-instelling naar het oordeel van het College niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld, nu zij slechts contact met de behandelaar (en klager) heeft opgenomen om te zoeken naar mogelijkheden om tot overleg met klager te komen. Verder heeft beklaagde klager schriftelijk op de hoogte gebracht, zowel over het contact met de huisarts als met de behandelaar van de regionale GGZ-instelling. Het College oordeelt dat beklaagde in het contact met de huisarts en de behandelaar van de regionale GGZ-instelling binnen de grenzen is gebleven van een redelijk bekwame beroepsuitoefening.

Tot slot wijst het College partijen ten overvloede op artikel J (vertrouwelijkheid) van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker en artikel 7.3.11 lid 4 van de Jeugdwet. Hieruit vloeit voort dat in het geval van een kinderbeschermingsmaatregel ook zonder toestemming van de betrokkene(n), wanneer dit noodzakelijk kan worden geacht voor de te bieden hulp of het afstemmen van de hulp, (beroepsmatige) informatieverstrekking kan plaatsvinden aangaande de onder toezicht gestelde minderjarige, diens wettelijke vertegenwoordiger of ouder.