Klacht tegen een jeugdbeschermer die betrokken is geweest bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling waarbij het gegronde klachtonderdeel gaat over de wijze van communiceren over de voorwaarden voor thuisplaatsing en de manier waarop deze voorwaarden zouden worden getoetst. Artikel F (Informatievoorziening over de hulp- en dienstverlening) is geschonden.

Zaaknummer: 18.085T
Datum beslissing: 30 november 2018
Oordeel: klachtonderdelen I, II, IV, V, VI, VII, VIII en IX ongegrond; klachtonderdeel III gegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Klager heeft tegen een jeugdbeschermer, die betrokken is geweest bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling, negen klachtonderdelen ingediend. In deze samenvatting wordt ingegaan op klachtonderdeel drie. Het College heeft dit klachtonderdeel gegrond verklaard. De kinderen zijn ten tijde van de ondertoezichtstelling met spoed uit huis geplaatst in een pleeggezin. Later zijn beide kinderen op verschillende momenten bij vader geplaatst. Klaagster heeft in klachtonderdeel drie gesteld dat beklaagde onzorgvuldig heeft gehandeld door geen helderheid te geven over de voorwaarden voor thuisplaatsing van de kinderen bij klaagster, alsmede op welke manier en wanneer de voorwaarden zouden worden getoetst. Beklaagde herkent zich niet in het verwijt. Klaagster heeft zowel in gesprekken met beklaagde als schriftelijk per e-mail en tijdens de vele zittingen die er zijn geweest gehoord wat er van haar verwacht werd. Het College is van oordeel dat tijdens de plaatsing van de kinderen in het pleeggezin het voldoende helder is geweest aan welke voorwaarden klaagster moest voldoen voor terugplaatsing. Vanaf het moment dat de kinderen bij vader zijn geplaatst is er onduidelijkheid ontstaan. In het dossier zijn voor het College geen aanwijzingen gevonden waaruit blijkt dat de plaatsing van de kinderen bij klaagster vanaf dat moment nog langer tot de mogelijkheden behoorde. Van beklaagde mag als jeugdprofessional worden verwacht dat zij na de plaatsing van de kinderen bij vader met klaagster opnieuw ‘helder en concreet’ communiceert over het perspectief van de kinderen. Nu beklaagde heeft nagelaten om met klaagster hierover in gesprek te gaan, acht het College dit tuchtrechtelijk verwijtbaar en in strijd met artikel F (Informatievoorziening over de hulp- en dienstverlening). Het College acht het in dit geval passend om aan beklaagde de maatregel van een waarschuwing op te leggen.