Klacht tegen een jeugdbeschermer over onder meer het geen invulling geven aan de opdracht van de rechtbank en het onterecht vaststellen dat het opstellen van een familiegroepsplan niet haalbaar is. Artikelen B (bevorderen deskundigheid) en G (overeenstemming/instemming omtrent hulp- en dienstverlening) zijn geschonden.

Zaaknummer: 18.074T
Datum beslissing: 2 november 2018
Oordeel: klachtonderdelen I, II en V ongegrond; klachtonderdelen III en IV gegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Klaagster, moeder van een minderjarige zoon, heeft tegen de jeugdbeschermer, die eerst betrokken is geweest in het vrijwillig kader en daarna in het gedwongen kader, vijf klachtonderdelen ingediend. Alle vijf de klachtonderdelen hebben samengevat in meer of mindere mate betrekking op de samenwerking tussen beklaagde en klaagster. Het College verklaart klachtonderdelen drie en vier gegrond. In het derde klachtonderdeel wordt beklaagde verweten dat zij geen invulling heeft gegeven aan de opdracht van de rechtbank om een individueel hulpverleningstraject aan een gezamenlijk traject vooraf te laten gaan. Het College is van oordeel dat beklaagde deze opdracht onvoldoende ten uitvoer heeft gebracht althans onvoldoende heeft laten blijken hoe zij geprobeerd heeft deze opdracht uit te voeren. Dit nalaten is volgens het College in strijd met artikel G (overeenstemming/instemming omtrent hulp- en dienstverlening) van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker (Beroepscode). Een jeugdprofessional heeft immers de plicht om over wettelijk opgelegde taken te overleggen met de jeugdige cliƫnt en/of diens ouders/opvoeders om tot overeenstemming en instemming hierover te komen. In klachtonderdeel vier verwijt klaagster beklaagde dat zij onterecht heeft vastgesteld dat het opstellen van een familiegroepsplan niet haalbaar is. Het College overweegt dat het familiegroepsplan een belangrijk instrument is in de jeugdwet. Het uitgangspunt van artikel 4.1.2 van de Jeugdwet is dan ook dat de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling aan de betrokkenen als eerste de mogelijkheid biedt om, binnen een redelijke termijn, een familiegroepsplan op te stellen. Volgens het College is het proces rondom het (opstellen van het) familiegroepsplan in de onderhavige casus niet conform de Jeugdwet gegaan, waaruit volgens het College is gebleken dat beklaagde op dit punt over onvoldoende kennis beschikte. Dit levert naar het oordeel van het College een schending van artikel B (bevorderen deskundigheid) van de Beroepscode op.

Gelet op het verwijtbaar handelen ten aanzien van twee klachtonderdelen maar het ontbreken van een constructieve wijze van samenwerking tussen partijen meewegende, acht het College het passend en geboden om aan beklaagde de maatregel van waarschuwing op te leggen.