Klacht tegen een raadsonderzoeker die betrokken is geweest bij het onderzoek naar de hoofdverblijfplaats, het gezag en de zorgregeling. Hoewel het handelen van beklaagde beter had gekund, is zij gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. Beklaagde heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

Zaaknummer: 18.086T
Datum beslissing: 20 februari 2019
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. De procedure bij het College van Beroep loopt nog.

Klaagster heeft tegen een raadsonderzoeker, die belast is geweest met het raadsonderzoek naar de hoofdverblijfplaats, het gezag en de zorgregeling, drie klachtonderdelen ingediend. De klacht heeft, kort samengevat, betrekking op de wijze waarop het raadsonderzoek is uitgevoerd. Het College heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het College is van oordeel dat het handelen van beklaagde in een aantal gevallen beter had gekund, maar dat zij is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. Een tuchtrechtelijk verwijt valt haar echter niet te maken. . Beklaagde had  zorgvuldiger kunnen handelen bij het opvragen van informatie bij informanten, maar niet is gebleken dat zij niet over de benodigde informatie beschikte tijdens haar onderzoek. Ook was het transparanter geweest als in het raadsrapport bij de relevante factoren de benaderde informanten vollediger waren beschreven. Tot slot had het begeleidend schrijven aan klaagster bij het definitieve raadsrapport zorgvuldiger en volledig gekund. Hierin had kunnen worden opgenomen dat de aanvulling van vader naar aanleiding van het concept raadsrapport niet van invloed is geweest op het gegeven advies in het definitieve raadsrapport.