Klacht tegen gezinsvoogd betreffende misbruik van machtspositie, het niet serieus nemen van klager en het schetsen van een negatief beeld van klager.

Zaaknummer: 15.062Tb
Datum beslissing: 1 november 2016
Oordeel: deels gegrond, deels niet-ontvankelijk
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

De klacht van klager bestaat uit twaalf klachtonderdelen. In de kern zien de klachten van klager op misbruik van machtspositie, het niet serieus nemen van klager en het schetsen van een negatief beeld van klager.

Klachtonderdelen Ia t/m Ig en IV zijn onvoldoende onderbouwd en om deze reden ongegrond verklaard. Ten aanzien van klachtonderdeel II, inhoudende dat beklaagde niets zou hebben ondernomen om ervoor te zorgen dat de kinderen van de moeder met de feestdagen bij de moeder konden langskomen, heeft het College geoordeeld dat klager geen belanghebbende is. Klachtonderdeel III ziet op een door beklaagde opgesteld rapport. Naar het oordeel van het College heeft beklaagde afdoende en gemotiveerd geantwoord waarop haar standpunten en conclusies in het rapport zijn gebaseerd, zij heeft hier telkens verwezen naar de diverse bronnen. Voorts heeft zij gemotiveerd waarom tijdens de overdracht, in plaats van haar naam, een andere naam onder het rapport is verschenen. Klachtonderdeel III is voor het overige onvoldoende onderbouwd. Ook klachtonderdeel IV is onvoldoende onderbouwd en blijkt geenszins uit de stukken die beklaagde zelf heeft opgesteld. Tot slot heeft het College ten aanzien van klachtonderdeel V, inhoudende dat klager door beklaagde op een dwaalspoor is gezet om zijn kinderen uit huis te kunnen plaatsen, als volgt geoordeeld. Het is het College gebleken dat het gesprek op 3 februari 2014 in eerste instantie ten doel had om de schriftelijke aanwijzing te bespreken, maar later is gebruikt om klager te informeren over de uithuisplaatsing. Hierdoor was er ook zekerheid dat klager op het moment van de uithuisplaatsing niet in de woning van zijn partner aanwezig zou zijn. Het College kan, gezien de omstandigheden van dit geval, deze handelswijze met het oog op artikel A van de beroepscode “de jeugdige cliënt tot zijn recht laten komen”, billijken.