Klacht tegen jeugdbeschermer die is betrokken bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Het Plan van Aanpak is te laat opgesteld maar beklaagde valt hiervan een beperkt tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het College ziet af van het opleggen van een maatregel

Zaaknummer: 18.016T
Datum beslissing: 28 juni 2018
Oordeel: deels gegrond, deels ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. Zie voor de beslissing van het College van Beroep: zaaknummer 18.017B.

Klager heeft acht klachtonderdelen geformuleerd. Klager verwijt beklaagde bij klachtonderdeel vijf dat zij zonder overleg met hem het Plan van Aanpak heeft vastgesteld. Het College is van oordeel dat de periode tussen de verlenging van de ondertoezichtstelling en het vaststellen van het Plan van Aanpak zes maanden is geweest. Een Plan van Aanpak biedt voor alle betrokkenen handvatten en structuur aan de hulpverlening voor een in tijd afgebakende periode. Het College is dan ook van oordeel dat deze periode te lang is.

Beklaagde kan met betrekking tot dit klachtonderdeel een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Het College houdt rekening met de omstandigheden waarin beklaagde in deze zaak heeft moeten werken. De casus is complex omdat klager en moeder niet of nauwelijks met elkaar communiceerden en ook de communicatie tussen klager en beklaagde moeizaam is verlopen. Ook heeft beklaagde zich steeds ingespannen om de zorgen van klager te onderzoeken en met hem te bespreken.

Gezien deze context valt beklaagde slechts een beperkt tuchtrechtelijk verwijt te maken waardoor het opleggen van een maatregel niet gerechtvaardigd is.

De overige klachtonderdelen zijn ongegrond.