Klacht tegen jeugdbeschermer in het vrijwillig kader over het niet correct handelen van beklaagde, de uitvoering van de hulpverlening aan het gezin van klaagster en het niet inzien van het dossier. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

Zaaknummer: 18.076Tb
Datum beslissing: 22 november 2018
Oordeel: ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. De procedure bij het College van Beroep loopt nog.

Klaagster is van mening dat beklaagde niet correct heeft gehandeld op het moment dat zij bij het gezin van klaagster was betrokken. Beklaagde heeft klaagster om een document gevraagd zonder haar te vertellen dat het niet verplicht is om het over te leggen.

Het College overweegt dat klaagster ‘nee’ heeft kunnen zeggen tegen het overleggen van dit stuk en dat beklaagde dit niet heeft afgedwongen. Beklaagde zou er goed aan hebben gedaan er nogmaals op te wijzen dat klaagster niet verplicht was om het stuk aan haar te geven. Dat zij dit niet heeft gedaan, maakt niet dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld. Zij mocht om het onderzoek vragen en heeft de reden waarom zij het wilde inzien met klaagster besproken. Nu klaagster geen toestemming heeft gegeven voor het door de scholen gewenste onderzoek van de jongste zoon, heeft beklaagde in het vrijwillig kader niet kunnen doen wat volgens haar nodig was om te bewerkstelligen dat de jongste zoon weer naar school ging. Daarnaast heeft beklaagde verklaard dat de samenwerking met klaagster onvoldoende van de grond is gekomen en dat afspraken van de Jeugdbeschermingstafel niet zijn nagekomen. Het College oordeelt dat het in dit geval begrijpelijk is dat beklaagde deze zaak heeft teruggegeven aan de Jeugdbeschermingstafel.

Het dossier is volgens beklaagde beperkt omdat klaagster in de week dat beklaagde is gestart, het dossier heeft opgevraagd. Van de contacten met andere partijen heeft beklaagde geen contactjournaals opgemaakt omdat zij naar haar zeggen werkt met een nieuwe methodiek waarbij de GI als beleid heeft dat het dossier uitsluitend de lijnbepaling en de kernbeslissingen bevat. De communicatie met derden behoort tot de werkaantekeningen en maakt geen onderdeel uit van het dossier. Nu het gaat om het beleid van de GI kan beklaagde geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Dat klaagster zich op het begrijpelijke standpunt stelt dat inhoudelijke reacties op datgene dat heeft plaatsgevonden niet tot de werkaantekeningen behoren, maakt dit niet anders. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.