Klacht tegen jeugdbeschermer over het niet bijdragen aan contactherstel tussen klaagster en haar dochter, het niet doen aan waarheidsvinding, de bevooroordeelde, ondeskundige opstelling van beklaagde en het niet op orde hebben van het dossier. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

Zaaknummer: 18.065T & 18.084T
Datum beslissing: 22 november 2018
Oordeel: ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klaagster verwijt beklaagde dat hij niet heeft bijgedragen aan het contactherstel tussen haar en haar dochter. Het College overweegt dat beklaagde op 28 maart 2018 met klaagster heeft willen bespreken dat de dochter, na lange tijd, weer openstond voor contact. Klaagster heeft in de tussenliggende periode een bericht aan haar dochter verstuurd waarna deze is teruggekomen op haar besluit. Het College volgt klaagster niet in de redenering dat haar eerder verteld had moeten worden dat er een opening tot contactherstel was. De periode van dertien dagen is een redelijke termijn om klaagster te informeren zeker als de mogelijkheid tot contactherstel daardoor in een face-to-face gesprek zou kunnen worden besproken. Beklaagde heeft constructief meegewerkt aan het contactherstel door de zestienjarige dochter, die goed in staat is om haar wensen te uiten, hierin in te volgen

Volgens klaagster heeft beklaagde niet gedaan aan waarheidsvinding. Naar het oordeel van het College heeft beklaagde voldoende onderzoek gedaan naar de achterliggende oorzaken van het feit dat de dochter klaagster niet wil zien. Hoewel er een zekere onevenwichtigheid kan zijn ontstaan in de contacten tussen beklaagde en vader aan de ene kant en beklaagde en klaagster aan de andere kant, kan hieruit niet worden geconcludeerd dat beklaagde zich partijdig opstelt. Dat beklaagde ondeskundig is, is door klaagster niet onderbouwd en het College ook anderszins niet gebleken. Beklaagde heeft verder gemotiveerd dat klaagster de contactjournaals heeft gekregen voor zover de belangen van de kinderen niet zijn geschaad en dat hij hierover met klaagster heeft gecommuniceerd. Het College heeft niet kunnen vaststellen of beklaagde zich tegenover klaagster intimiderend heeft gedragen. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.