Klacht tegen jeugdbeschermer over het niet serieus nemen van klager in zijn juridische positie als ouder, onzorgvuldig handelen, onvoldoende ondersteuning bij het aanvragen van een persoonlijkheidsonderzoek, niet professioneel handelen en negeren van de geloofsovertuiging. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

Zaaknummer: 18.067Ta
Datum beslissing: 22 november 2018
Oordeel: ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Beklaagde heeft zich naar het oordeel van het College voldoende ingespannen om klager in zijn juridische positie als ouder serieus te nemen door met hem in gesprek te gaan over zijn rol in de opvoeding en verzorging van de kinderen. De kinderen zijn door beklaagde aangemeld voor een traject bij een instelling. De medewerker van de instelling heeft het onderzoek aan een collega overgedragen die het traject heeft stopgezet omdat de methode van het traject niet geschikt zou zijn voor gezinnen met kinderen ouder dan 12 jaar. Het College is van oordeel dat beklaagde in deze situatie niet is te verwijten dat zij op het deskundige oordeel van de (eerste) medewerker is afgegaan.

Klager is van mening dat beklaagde hem onvoldoende heeft ondersteund bij het aanvragen van een persoonlijkheidsonderzoek. Het College overweegt dat het de keuze van klager is geweest om beklaagde niet te informeren over zijn aanmelding bij de organisatie waar hij zelf een onderzoek heeft laten verrichten. Beklaagde heeft geen invloed kunnen uitoefenen op de wijze waarop dit onderzoek is verricht. Het is beklaagde ook niet te verwijten dat hij het verslag van dit onderzoek heeft afgewezen, omdat het  slechts om een verslag is van een intakefase. Volgens klager heeft beklaagde niet professioneel gehandeld door de oudste zoon dreigend aan te spreken. Het past bij de opdracht van een jeugdbeschermer om bij een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing positie in te nemen door de oudste zoon te wijzen op de consequenties, de mogelijkheid van een gesloten plaatsing, als hij de gemaakte afspraken niet nakomt. Nu klager de bereikbaarheidsdienst en de politie niet heeft geïnformeerd, heeft de politie opgetreden. Dit kan beklaagde niet tuchtrechtelijk worden verweten.

Tot slot heeft klager verteld, en dit is door klager niet betwist, dat niet hij maar zijn collega met klager contact heeft gehad over het respecteren van zijn geloofsovertuiging. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.