Klacht tegen jeugdbeschermer over het onvoldoende transparant zijn, niet in teamverband werken en het niet tot stand brengen van contactherstel tussen klaagster en de minderjarige.

Zaaknummer: 17.130T
Datum beslissing: 28 mei 2018
Oordeel: ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

De klacht van klaagster bestaat uit zeven klachtonderdelen. Ten aanzien van klachtonderdeel I en II oordeelt het College dat beklaagde voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij inzet heeft getoond om contactherstel te realiseren tussen klaagster en de minderjarige. Het College overweegt hierbij dat het belang van het kind, bij het streven naar contactherstel tussen een ouder en kind, voorop dient te staan. De overweging van beklaagde om het oordeel van de therapeute leidend te laten zijn, en om die reden geen contactmoment tussen klaagster en de minderjarige in te plannen, acht het College dan ook navolgbaar. Het College overweegt voorts dat zowel klaagster als beklaagde respectievelijk hun klaagschrift en verweerschrift niet op alle klachtonderdelen hebben onderbouwd met relevante stukken. Voorts hebben klager en beklaagde aan diverse gebeurtenissen, contacten e.d. verschillende interpretaties verbonden. Deze omstandigheden hebben tot ongegrondverklaring van een aantal klachtonderdelen geleid. Het College acht het in dit kader van belang om aan te geven dat waarheidsvinding in deze gevallen geen taak vormt van het College. Tot slot overweegt het College ten overvloede dat beklaagde in zijn rol als gezinsvoogd tegengestelde belangen heeft moeten behartigen. In complexe casuïstiek als deze, zou het naar het oordeel van het College daarom meer in de rede liggen om meerdere gezinsvoogden aan te stellen, voor de ouders en voor de kinderen. Het College overweegt hier wel dat het feit dat in het onderhavige geval geen tweede gezinsvoogd is benoemd niet aan beklaagde kan worden verweten, nu hij tijdens de mondelinge behandeling heeft aangegeven dat personeelsgebrek hiervan de oorzaak is geweest.