Klacht tegen raadsonderzoeker over onder andere het niet bespreken van het ongenoegen van beklaagde met klager, het verstrekken van misleidende informatie en het aantasten van de eer en goede naam van klager. Twee klachtonderdelen blijven buiten behandeling. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

Zaaknummer: 18.095Tb
Datum beslissing: 15 januari 2019
Oordeel: klachtonderdelen I en IV, II en III, V, VI en VII ongegrond; klachtonderdelen VIII en IX zijn buiten behandeling gelaten.
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. De procedure bij het College van Beroep loopt nog.

Beklaagde heeft samen met haar collega, tegen wie klager eveneens een klacht heeft ingediend, tijdens een gesprek met klager geprobeerd zijn houding te benoemen door hem te wijzen op het onprettige verloop van het gesprek en hem aan te spreken op zijn gedrag. Bij de Raad voor de Kinderbescherming is het doorgaans gebruikelijk om in het geval een gesprek onprettig verloopt, via de afdeling PCMO (Prettig Contact met de Overheid) een bemiddelingsgesprek aan te gaan. Beklaagde heeft een bemiddelaar van PCMO ingeschakeld die telefonisch contact met klager heeft opgenomen met het aanbod om tot een gesprek te komen dat door klager is afgewezen. Dat beklaagde vervolgens niet is ingegaan op het voorstel van klager om met hem in gesprek te gaan en haar leidinggevende dit aan klager heeft gecommuniceerd, is begrijpelijk.

Beklaagde heeft gemotiveerd dat de beschrijving over klager heeft aangesloten bij haar beleving. Zij heeft niet de bedoeling gehad om een negatief beeld van klager neer te zetten, maar heeft uitsluitend willen weergeven dat door de interventies van klager het gesprek met vader is belemmerd.

Het College volgt beklaagde in het verweer dat voor een aantasting van de eer en goede naam van klager nodig is dat het raadsrapport is verspreid. Dat is in deze casus niet aangetoond.