Klacht tegen raadsonderzoeker over uitlatingen over de omgang die hij als zittingsvertegenwoordiger heeft gedaan tijdens een zitting bij het gerechtshof. De voorzitter verklaart de klachten kennelijk ongegrond.

Zaaknummer: 19.018Ta
Datum beslissing: 29 maart 2019
Oordeel: alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

De voorzitter overweegt dat uit de klachtbeslissing van de Raad voor de Kinderbescherming blijkt dat de raadsonderzoeker kenbaar heeft willen maken dat hij geen persoonlijk overleg met zijn collega’s heeft gehad. Hij is als zittingsvertegenwoordiger niet verplicht om vooraf te overleggen met de collega’s die het rapport hebben opgesteld.

Het is begrijpelijk dat de raadsonderzoeker op basis van de informatie die hij tijdens de zitting heeft verkregen, de adviezen heeft aangepast. Klaagster heeft tot slot geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat beklaagde heeft beweerd dat hij niets heeft aangegeven over de omgang omdat de reactie van klaagster op het advies zou ontbreken.

De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.