Klacht van vader over begeleiding traject voor gescheiden ouders, inzake bejegening, onpartijdigheid en niet kunnen verstrekken van eerste versie van verslag. Het College verklaart de klacht ongegrond.

Zaaknummer: 16.127T
Datum beslissing: 4 mei 2017
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klager en zijn ex-partner zijn uit elkaar. Klager had al enige tijd geen omgang met zijn minderjarige kinderen. De rechtbank heeft bepaald dat ouders dienen deel te nemen aan een traject van een jeugdhulpaanbieder voor gescheiden ouders. Beklaagde, jeugdhulpverlener, is begeleidster en contactpersoon voor ouders in dit traject.

Klacht

Klager verwijt beklaagde onder meer het volgende:

  • Haar houding en onprofessionele gedrag;
  • Niet onpartijdig in het traject te hebben gestaan;
  • Een eerste versie van een brief aan ouders niet te kunnen verstrekken;

Beslissing

Beklaagde heeft een verslag aan de medewerkers van het omgangshuis gezonden zodat deze medewerkers de omgang goed kunnen begeleiden en observeren. De informatie in dit verslag is letterlijk overgenomen uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming. De oorspronkelijke tekst van het verslag is door beklaagde vervangen door passages waarin klager zich wel kon vinden. Voorts is voldoende aannemelijk dat klager en beklaagde hebben afgesproken dat het eerste omgangscontact zou plaatsvinden op basis van de eerste versie van het verslag, en dat nadien beklaagde na haar vrije dagen het verslag in aangepaste vorm aan het omgangshuis zou sturen. Niet is gebleken dat beklaagde klager aldus onheus heeft bejegend of zich hiermee onprofessioneel heeft gedragen. Klager stelt dat beklaagde niet onpartijdig is en niet objectief heeft geoordeeld. De voorbeelden die klager ter onderbouwing van dit klachtonderdeel noemt –beklaagde zou gezegd hebben dat zij achter het besluit stond van de moeder de omgangsregeling niet na te komen, en dat zij ook had kunnen besluiten de omgang te stoppen; voorts stelt klager dat hij door de druk geen emoties heeft kunnen laten zien hetgeen in zijn nadeel werkte-, geven echter geen aanleiding tot een dergelijk oordeel. Beklaagde erkent dat het punt rondom afspraken over het informeren van klager door moeder, voor verwarring heeft gezorgd, en dat het niet aan de jeugdhulpaanbieder is om hierover uitspraken te doen, en heeft in dat opzicht op haar eigen handelen gereflecteerd. Verder heeft beklaagde toegelicht dat zij bedoeld heeft te zeggen tegen klager dat haar ervaring is dat veelal door de omgang die tot stand komt een eerder gemaakte afspraak minder relevant wordt. Een en ander tezamen genomen, is het CvT van oordeel dat beklaagde niet is getreden buiten de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening.

Het laatste klachtonderdeel betreft de klacht dat beklaagde de eerste versie van haar verslag aan het omgangshuis niet heeft kunnen verstrekken, omdat deze is overschreven ten behoeve van de tweede versie. Beklaagde heeft erkend dat zij niet meer beschikt over de eerste versie omdat zij deze digitaal heeft overschreven toen zij het stuk overeenkomstig de afspraak met klager aanpaste. Het CvT gaat hier dan ook vanuit. Het ware naar het oordeel van het CvT beter geweest dat beklaagde een eerdere versie van een verslag, als dit is verspreid, in haar dossier bewaart en zo nodig kan reproduceren. Het CvT acht een en ander echter niet zodanig zwaarwegend dat beklaagde hiervan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Het CvT verklaart alle klachtonderdelen ongegrond.