Klacht van de werkgever (Jeugd- en opvoedhulpinstelling) tegen een voormalig werknemer, jeugdhulpverlener, dat hij een onprofessionele relatie is aangegaan met een minderjarige cliënte, collega’s heeft voorgelogen en de Gedragscode heeft overtreden. Er zijn meerdere artikelen uit de Beroepscode geschonden. Het College heeft de maatregel van doorhaling opgelegd.

Zaaknummer: 18.080T
Datum beslissing: 12 november 2018
Oordeel: alle klachtonderdelen gegrond
Maatregel: doorhaling, met ontzegging van het recht opnieuw in het register van SKJ te worden ingeschreven

Download de volledige beslissing in pdf

Klaagster is de voormalige werkgever van beklaagde. Er is een cliënte van 16 jaar oud geplaatst bij klaagster; er waren zorgen over de relatie met een oudere man, over wegloopgedrag en over loverboypraktijken. Beklaagde is betrokken bij de hulpverlening aan cliënte. Klaagster heeft vier klachtonderdelen ingediend.

Ten eerste verwijt klaagster beklaagde dat hij een onprofessionele relatie is aangegaan met cliënte. Dat is voor het College voldoende aannemelijk geworden. Cliënte wordt in die periode opgenomen in het ziekenhuis en beklaagde is zonder medeweten van klaagster, zowel onder werktijd als in zijn privé tijd, bij cliënte op bezoek geweest. Beklaagde heeft steeds beloofd niet meer naar cliënte toe te gaan, maar is cliënte blijven bezoeken. Cliënte was in deze situatie afhankelijk van beklaagde en het College is van oordeel dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn positie en gezag. Ten tweede verwijt klaagster beklaagde dat hij grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond naar cliënte toe. Cliënte was kwetsbaar en zij verkeerde ten opzichte van beklaagde in een afhankelijke positie. Het niet bewaken van afstand en het aangaan van een informele relatie met een minderjarige cliënte is volgens het College onder alle omstandigheden in strijd met de belangen van een minderjarige.Ten derde verwijt klaagster beklaagde dat hij heeft gelogen over het contact met cliënte. Beklaagde is op een nacht weer naar het ziekenhuis gegaan en heeft een groep van negen jongeren alleen gelaten. Beklaagde heeft tegen de afspraak in cliënte uit het ziekenhuis opgehaald, zonder dit te melden aan klaagster of de moeder van cliënte. Het College is van oordeel dat beklaagde doelbewust de op hem van toepassing zijnde professionele normen en waarden naast zich neer heeft gelegd en geen enkele leerbaarheid heeft getoond. Tot slot heeft beklaagde volgens klaagster in strijd gehandeld met haar Gedragscode, waarin staat dat contacten in privétijd met cliënten niet zijn toegestaan, tenzij met medeweten en instemming van de leidinggevende. Het College wijst erop dat het handelen van de jeugdprofessional dient te voldoen aan de professionele standaard, welke de Beroepscode en de richtlijnen omvat. Het College oordeelt echter dat de Gedragscode van klaagster een uitwerking is van de geschonden artikelen uit de Beroepscode.

Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Beklaagde droeg zorg voor kwetsbare jongeren. Het handelen van beklaagde heeft mogelijk ernstig nadeel opgeleverd in de zaak van de minderjarige cliënte. Beklaagde heeft gedurende deze periode zijn professionele verantwoordelijkheid als jeugdprofessional niet genomen, geen blijk van leerbaarheid getoond, niet samengewerkt en ook geen openheid gegeven over zijn handelen. Het College neemt hem dit alles ernstig kwalijk. Hij heeft niet gereflecteerd op zijn eigen handelen, door na te laten schriftelijk, dan wel mondeling verweer te voeren.