Klacht over de wijze waarop de gezinsvoogd de ondertoezichtstelling heeft uitgevoerd

Zaaknummer: 16.029Tb
Datum beslissing: 29 december 2016
Oordeel: deels gegrond, deels ongegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. Zie voor de beslissing van het College van Beroep: zaaknummer 17.006B

Klager heeft meermaals (per e-mail) zijn onvrede over zowel moeder als beklaagde en zijn collega geuit. Klager verwijt beklaagde dat hij onzorgvuldig jegens hem heeft gehandeld en dient een klacht in drie onderdelen in; betreffende het verloop van een rechtszitting, het woordgebruik en de partijdigheid van beklaagde.

Klacht

Klager verwijt de betrokken gezinsvoogd het volgende. Beklaagde zou de rechtbank tijdens de zitting van 25 maart 2016 verkeerd voorgelicht hebben. Beklaagde heeft voorts onder andere de term “bagger” gebruikt in relatie tot het door klager opgestelde plan van aanpak. Tot slot zou beklaagde partij kiezen voor moeder.

Beslissing

Het CvT verklaart het tweede klachtonderdeel gegrond omdat hoge eisen gesteld moeten worden aan de wijze waarop gecommuniceerd wordt met cliënten c.q. klager in deze zaak, waarbij gewicht wordt gehecht aan het belang van een zorgvuldige woordkeuze. Beklaagde heeft op enig moment in een bespreking met klager de term “bagger” gebruikt met betrekking tot het door klager opgestelde plan van aanpak, wat maakt dat beklaagde de artikelen E en F van de Beroepscode geschonden heeft. De overige klachtonderdelen, 1 en 3 , worden ongegrond verklaard. Het CvT acht de maatregel van waarschuwing passend en geboden.