Klachten tegen de gezinshulpverlener. In de kern wordt haar verweten dat zij de positie van klager als ouder met gezag onvoldoende heeft gerespecteerd.

Zaaknummer: 17.036Tb
Datum beslissing: 3 april 2018
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. De procedure bij het College van Beroep loopt nog.

Klager, de vader van twee minderjarige kinderen, heeft elf klachtonderdelen ingediend tegen de jeugdprofessional, die betrokken is geweest in het drangkader als gezinshulpverlener. Beklaagde wordt met name verweten dat zij de moeder met de kinderen ten onrechte een plaats heeft gegeven binnen de vrouwenopvang van de instelling waar zij werkzaam is en dat deze plaatsing ten onrechte is verlengd. In samenhang met deze plaatsing heeft beklaagde ten onrechte ‘Code Rood’ ingezet en geweigerd deze procedure aan klager toe te lichten. Voor het overige verwijt klager beklaagde onder meer dat zij hem onvoldoende en onjuist heeft geïnformeerd en dat zij aan onvoldoende en onjuiste verslaglegging heeft gedaan.

Beklaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College overweegt allereerst dat beklaagde, als gezinshulpverlener, ambulante hulp heeft verleend aan de moeder. Vanwege de systeemgerichte werkwijze van beklaagde concludeert het College dat de verleende hulpverlening dus ook het jeugddomein omvat. Het College acht zich dan ook bevoegd om een oordeel te geven over de klachtonderdelen. Voor wat betreft de plaatsing van de moeder en de kinderen bij de vrouwenopvang heeft beklaagde naar het oordeel van het College voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op de dag van de plaatsing niet betrokken was bij de casus. Haar kan in dit kader dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt worden. Hetzelfde geldt voor de afgegeven ‘Code Rood’, omdat beklaagde nog niet betrokken was toen de code werd afgegeven. Voorts is volgens het College de plaatsing verlengd op basis van een zorgvuldige afweging. Ook ten aanzien van de overige klachtonderdelen valt beklaagde naar het oordeel van het College geenszins een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het College verklaart de elf klachtonderdelen ongegrond.