Klachten tegen de raadsonderzoeker over haar betrokken periode ten tijde van het opstellen van het raadsrapport.

Zaaknummer: 18.002T
Datum beslissing: 1 augustus 2018
Oordeel: Alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klaagster heeft tegen de raadsonderzoeker die betrokken is geweest bij het raadsonderzoek drie klachtonderdelen ingediend. Klaagster stelt dat beklaagde het raadsonderzoek niet neutraal is gestart. Beklaagde heeft onder andere een ongepaste opmerking geuit. Daarnaast is beklaagde uitgegaan van een affectieve relatie welke jaren na de geboorte van de dochter zou zijn beëindigd, het geen niet juist is. Tot slot is klaagster van mening dat het raadsrapport op een gekleurde wijze is geschreven. Het College oordeelt dat alle klachtonderdelen ongegrond zijn.

In deze samenvatting wordt kort het beroep van beklaagde over de ontvankelijkheid van de klacht toegelicht. Door beklaagde is een beroep op artikel 7.13 Tuchtreglement gedaan. De klachten zijn reeds door de interne en externe klachtencommissie van de Raad voor de Kinderbescherming beoordeeld. Het College is van oordeel dat er geen sprake is van een al eerder gevoerde procedure waarin een met voldoende waarborgen omklede beslissing is genomen. Volgens het College is het karakter en de aard van de procedure in vergelijking tot een procedure bij het SKJ verschillend. Hierdoor heeft klaagster niet reeds een beslissing bij een andere, formele, rechtsgang gekregen waarbij zij voldoende haar recht heeft kunnen laten gelden.