Klager dient tegen 3 jeugdprofessionals een klacht in betreffende (de uitvoering van) de ondertoezichtstelling (zie ook 16.078Ta en b)

Zaaknummer: 16.078Tc
Datum beslissing: 21 december 2016
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klager is vader van een zoon en twee dochters. De vader heeft een klacht ingediend tegen de teamleider van de gecertificeerde instelling die uitvoering geeft aan de ondertoezichtstelling van de kinderen.

Klacht

Klager verwijt beklaagde het volgende: beklaagde is zeer onprofessioneel. Beklaagde praat over klager maar niet met klager. Klager is door beklaagde niet of nauwelijks geïnformeerd over het feit dat de situatie bij de klager onveilig zou zijn en beklaagde heeft niets gedaan om de uithuisplaatsing (UHP) te voorkomen. De gecertificeerde instelling (GI) zou een ongunstig beeld van klager aan derden hebben gegeven (gebaseerd op oude politiemutaties). Beklaagde heeft geen respect voor klager en zijn kinderen, een gesprek voeren over de kinderen is niet mogelijk.

Beslissing

Het CvT verklaart alle klachtonderdelen ongegrond. Het CvT stelt vast dat klager niet met beklaagde heeft samengewerkt aan een gezamenlijk Plan van Aanpak, en niet heeft toegestaan dat beklaagde contact opnam met de kinderen. Klager heeft zelf hulpverlening ingezet, maar de resultaten niet gedeeld met beklaagde. Klager heeft hierdoor zichzelf de mogelijkheid ontnomen om gezamenlijk een toekomstperspectief voor de kinderen vast te stellen. Beklaagde heeft zich veel inspanning getroost om de samenwerking met klager tot stand te brengen. Beklaagde stelt terecht dat zij de door het hof vastgestelde omgangsopdracht moet uitvoeren. Niet kan van beklaagde worden verwacht dat zij van deze opdracht afwijkt op grond van rapportages van derden, terwijl twee van deze rapportages bovendien niet aan beklaagde ter beschikking zijn gesteld door klager. Aldus zijn de klachtonderdelen inhoudende dat beklaagde over klager maar niet met klager praat, dat beklaagde geen respect heeft voor klager en zijn kinderen en dat een gesprek voeren over de kinderen niet mogelijk is, ongegrond. Ten aanzien van de klachtonderdelen betreffende het niet informeren over de onveiligheid bij klager en het voorkomen van de uithuisplaatsing alsmede het geven van een ongunstig beeld aan derden, overweegt het CvT het volgende. Gebleken is dat het verzoek tot UHP niet alleen gebaseerd is op informatie die ouder is dan twee jaar, maar ook op door de GI ontvangen informatie van instanties die zorgen hebben over de veiligheid van de kinderen in de thuissituatie. Hoewel bekend was dat klager een andere kijk had op de door genoemde instanties aangehaalde incidenten, is in het multidisciplinair overleg van de GI besloten een UHP aan te vragen en klager hierover pas in te lichten nadat het verzoek zou zijn ingediend, dit laatste vanwege eerdere agressie en impulsiviteit van klager. Het CvT is van oordeel dat beklaagde geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van het handelen m.b.t. deze besluitvorming en het moment waarop dit aan klager is medegedeeld. Gelet op al het voorgaande kan beklaagde bovendien niet verweten worden dat zij onprofessioneel zou hebben gehandeld.