Klager en jeugdzorgwerker in beroep tegen beslissing College van Toezicht. College van Beroep is van oordeel dat het College van Toezicht buiten zijn bevoegdheid is getreden door zelf klachten te (her)formuleren. Maatregel van waarschuwing ingetrokken.

Zaaknummer: 17.004B (16.052T)
Datum beslissing: 9 januari 2018
Oordeel: principaal beroep gegrond, incidenteel beroep deels gegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Zie voor de beslissing van het College van Toezicht: zaaknummer 16.052T

Naar het oordeel van het College van Beroep heeft het College van Toezicht tijdens de procedure in eerste aanleg twee klachtonderdelen gedestilleerd uit de toelichting die klaagster had ingediend, welke niet correspondeerden met de zelf door klager geformuleerde klachten. Op grond van artikel 7.5 van het Tuchtreglement ligt de verantwoordelijkheid om een klacht helder te formuleren bij de klager, eventueel bijgestaan door een vertrouwenspersoon of gemachtigde. Het College van Toezicht heeft door het herformuleren de jeugdzorgwerker de mogelijkheid ontnomen om zich ten aanzien van de klachtonderdelen op adequate wijze te verweren. Het College van Beroep stelt om die reden de bestreden klachtonderdelen buiten behandeling en komt aan een inhoudelijke beoordeling ervan niet toe. De opgelegde maatregel van waarschuwing wordt ingetrokken.

Klager is – onder andere – in beroep gegaan tegen het klachtonderdeel dat er op ziet dat de jeugdzorgwerker heeft nagelaten na de uithuisplaatsing adequate schoolvoorzieningen te treffen. Het College van Beroep is – anders dan het College van Toezicht – van oordeel dat de jeugdzorgwerker hieromtrent slechts een beperkt tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De jeugdzorgwerker had de gedane (school)aanmelding moeten blijven monitoren. Tijdens de mondelinge behandeling van het beroep is naar voren gekomen dat de jeugdzorgwerker – en collega’s – pas actie ondernamen nadat de leerplichtambtenaar was ingeschakeld door klager. Het College van Beroep acht het tuchtrechtelijk verwijtbare handelen echter beperkt nu de jeugdzorgwerker tijdens de aanmeldprocedure een periode afwezig is geweest en samen met collega’s verantwoordelijk is geweest voor de aanmelding. Het College van Beroep verklaart het klachtonderdeel gegrond wegens schending van artikel N (samenwerking in hulp- en dienstverlening) van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerkers, maar ziet gelet op de beperkte verwijtbaarheid geen aanleiding een maatregel op te leggen.