Klager verwijt beklaagde dat het proces om te komen tot een verlenging van het persoonsgebonden budget onvoldoende, niet professioneel en inadequaat tot stand is gekomen. Klachten zijn deels gegrond, deels ongegrond.

Zaaknummer: 16.053Ta
Datum beslissing: 15 september 2016
Oordeel: klachtonderdeel A, B en D gegrond, klachtonderdeel C ongegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Klager heeft in 2015 geïndiceerde zorg (persoonsgebonden budget en zorg in natura) voor zijn zonen ontvangen. In oktober 2015 heeft klager een aanvraag voor een herbeschikking voor 2016 gedaan. Beklaagde is vanaf medio februari 2016 betrokken geraakt bij de door klager genoemde aanvraag.  Beklaagde heeft haar collega vervangen, terwijl zij zich geconfronteerd zag met een overvolle agenda. Op 18 februari 2016 heeft een ‘1 gezin 1 plan-overleg’ plaatsgevonden. Na dit gesprek is beklaagde op vakantie gegaan, terwijl de te verlengen beschikking tot 1 maart 2016 geldig was. Uiteindelijk is op 26 april 2016 door de gemeente een beschikking afgegeven.

Klacht

Het College van Toezicht (CvT) heeft vastgesteld dat de klacht in de kern kan worden beperkt tot het volgende. De activiteiten van beklaagde om te komen tot een verlenging van het persoonsgebonden budget – in het kader van een aanvraag door klager van een herbeschikking voor 2016 – zijn  volstrekt onvoldoende, niet professioneel en inadequaat.. De vier afzonderlijke klachtonderdelen zijn daarvan voorbeelden. Binnen de kaders van deze klacht richt het verwijt zich ook op het gebrek aan informatie en ongepaste uitingen door beklaagde.

Beslissing

Hoewel het de ogen niet sluit voor de omstandigheid dat de praktijk soms maakt dat een professional onverwacht wordt geconfronteerd met extra werk, is het CvT van oordeel dat de kwaliteit van de geleverde diensten hieronder nooit mag lijden. De jeugdprofessional blijft hiervoor zelf ten aller tijde verantwoordelijk. Het CvT heeft geoordeeld dat beklaagde niet adequaat heeft gehandeld en niet haar taak en verantwoordelijkheid als professional ter harte heeft genomen. Het CvT overweegt dat het voor beklaagde duidelijk moet zijn dat zij zelf grenzen dient te stellen als haar een taak wordt opgedragen c.q. gegeven en dat zij zich ervan bewust moet zijn op welk moment en op welke wijze zij een taak aanvaart. Voorts heeft het CvT overwogen dat het aan de professional is om na te gaan of gemaakte excuses ook daadwerkelijk zijn overgekomen. Het CvT heeft klachtonderdelen A, B en D gegrond verklaard en in verband met de gegrondverklaring de maatregel van waarschuwing opgelegd aan beklaagde.