Klager verwijt de gezinsvoogd onder andere niet aan waarheidsvinding te hebben gedaan en vooringenomen te zijn.

Zaaknummer: 16.131T
Datum beslissing: 18 mei 2017
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Beklaagde is – in een periode van om en nabij vijf maanden – als de derde gezinsvoogd van de kinderen van klager – de vader –  aangesteld. In de eerste vijf maanden van de ondertoezichtstelling (hierna: OTS) is geen omgang geweest tussen klager en zijn kinderen. Beklaagde heeft na haar aanstelling als gezinsvoogd de wijziging in omgang (die er op dat moment niet meer was tussen klager en de kinderen) zo snel mogelijk willen laten toetsen door de kinderrechter. Klager heeft een klacht bestaande uit zeven onderdelen ingediend. Beklaagde heeft onder andere geweigerd contactjournaals te sturen naar klager, heeft nooit aan waarheidsvinding gedaan en is vooringenomen.

Klacht

Klager verwijt beklaagde allereerst dat zij geweigerd heeft de contactjournaals en het dossier naar klager toe te sturen. Beklaagde heeft ten tweede nooit aan waarheidsvinding gedaan wat heeft gemaakt dat zij zich partijdig heeft opgesteld. Ten derde heeft een onjuiste conclusie van beklaagde gemaakt dat zij de kinderrechter heeft verzocht de omgang tussen klager en zijn kinderen te ontzeggen. Beklaagde heeft ten vierde geweigerd om op huisbezoek te komen. Ten vijfde heeft beklaagde de politie ten aanzien van de omgangsregeling foutief ingelicht. Klager is ten zesde door beklaagde verkeerd ingelicht betreffende de hulpverlening aan de kinderen. Beklaagde heeft tot slot tijdens een zitting bij de kinderrechter aangestuurd op gezagsbeëindiging van klager.

Beslissing

Alle klachtonderdelen worden ongegrond verklaard. Betreffende het eerste klachtonderdeel oordeelt het CvT dat beklaagde slechts de contactjournaals naar klager mag toezenden die zien op het contact tussen beklaagde en klager. Daarnaast is klager niet ingegaan op het aanbod om op het kantoor van de GI zijn dossier compleet te maken. Het CvT oordeelt ten aanzien van het tweede klachtonderdeel dat uit de informele e-mail – gericht aan de teammanager, maar abusievelijk ook naar klager gestuurd – een vooringenomen standpunt ten opzichte van klager kan worden gelezen. Beklaagde heeft hiervoor richting klager echter direct telefonisch haar excuses aangeboden en hem gevraagd of hij verder met haar kon als gezinsvoogd. Het College oordeelt dat, omdat klager deze vraag bevestigend had beantwoord, hij zijn oordeel liet varen met betrekking tot de vooringenomenheid van beklaagde. Betreffende het derde klachtonderdeel oordeelt het CvT dat beklaagde na haar betrokkenheid snel duidelijkheid heeft willen verschaffen in de gewijzigde omgang tussen klager en zijn kinderen. Hierin valt geen tuchtrechtelijk verwijt te maken richting beklaagde. Ook voor wat betreft het vierde klachtonderdeel kan beklaagde geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Met in acht neming van het eerste huisbezoek en de dreiging die beklaagde vanuit klager aan het einde van dit huisbezoek heeft gevoeld, acht het CvT het immers begrijpelijk dat beklaagde hierna slechts op kantoor af wilde spreken. Ten aanzien van de klachtonderdelen vijf tot en met zeven is het CvT van oordeel dat deze klachtonderdelen ongegrond zijn nu deze klachtonderdelen niet goed zijn onderbouwd dan wel dat gebleken is dat beklaagde ten aanzien van haar handelen geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.