Klager wordt door het College van Toezicht niet ontvankelijk gesteld in verband met een eerdere beslissing van zijn 5 klachtonderdelen ingediend bij de NVMW (thans BPSW)

Zaaknummer: 15.085T
Datum beslissing: 29 augustus 2016
Oordeel: deels ongegrond, deels niet-ontvankelijk
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Dat in zijn visie niet op alle klachtonderdelen aldaar is ingegaan maakt dit niet anders. Indien klager geen uitnodiging heeft ontvangen om inzage te hebben in een dossiers of maandrapportage had het op zijn weg gelegen om hiervoor contact op te nemen met beklaagde. Niet gebleken is van onbehoorlijk handelen door beklaagde wanneer klager zonder bevestiging op een uitnodiging verschijnt om zijn dossier in te zien op het kantoor van beklaagde en hiervoor vanwege afwezigheid van beklaagde niet in de gelegenheid wordt gesteld.

Vader heeft eerder een klacht ingediend bij het NVMW (thans BPSW). In die klachtenprocedure is zijn klacht ongegrond verklaard. Klager heeft hierna bij SKJ nogmaals de zelfde klacht ingediend. Naast deze klacht wordt door hem ook geklaagd over de gezinsvoogd (beklaagde) wegens onder andere het geven van onvolledige informatie over zijn kind. Klager heeft eerder geen uitnodiging tot dossierinzage gekregen en kan zo zijn correctierecht niet uitoefenen. Klager heeft wel later een uitnodiging ontvangen voor dossierinzage maar toen klager zich meldde waren beklaagde noch een vervanger op het kantoor aanwezig en was het betreffende dossier niet te vinden.

Beslissing

Het College oordeelt als volgt. Klager kan ten aanzien van de eerder bij NVMW (thans BPSW) ingediende klachtonderdelen niet in zijn klacht worden ontvangen. Het ne bis in idem-beginsel staat dit in de weg. Dat betekent dat dezelfde klacht niet twee maal ter beslissing kan worden voorgelegd aan een zelfde soort college met eenzelfde soort rechtsgebied.

Het College is van oordeel dat de door klager aangevoerde argument dat niet op al zijn eerdere klachtonderdelen is beslist kan niet leiden tot afwijking van het ne bis in idem-beginsel. Klager is derhalve niet-ontvankelijk in deze eerder ingediende klachtonderdelen.

Uit de dossierstukken is het College gebleken dat klager verschillende poststukken van beklaagde heeft ontvangen. Indien klager uitnodigingen van beklaagde niet per post heeft ontvangen, had het op de weg van klager gelegen om, indien hij inzage in het dossiers en kwartaalrapportages wenste,  contact op te nemen met beklaagde om dit te verzoeken.

Ten aanzien van de uitnodiging van beklaagde aan klager tot dossierinzage op 2 februari 2016 heeft het College geconstateerd dat zich in het dossier geen ondertekende brief van klager bevindt waarin hij te kennen geeft dat hij aanwezig zal zijn op de eerder genoemde datum. In het dossier is eveneens geen document aangetroffen van beklaagde aan klager met een bevestiging van deze afspraak op 2 februari 2016.

Het College komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat klager er niet van uit heeft mogen gaan dat hij zonder tegenbericht werd verwacht.