Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht die gericht is tegen een leidinggevende. De leidinggevende heeft geen uitvoerende rol gehad in de hulpverlening ten opzichte van de jeugdige, evenmin heeft het handelen (voldoende) weerslag gehad op het belang van klager.

Zaaknummer: 18.101Ta
Datum beslissing: 1 november 2018
Oordeel: klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in de klacht
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klager, vader van een minderjarige zoon, heeft tegen de leidinggevende van de bij deze casus betrokken ambulante werker drie klachtonderdelen ingediend. Klager verwijt beklaagde allereerst dat zij niet zorgvuldig is geweest in de afsluiting van de hulpverlening waarmee zij de zoon onnodig lang heeft laten wachten op adequate hulpverlening elders. In het tweede klachtonderdeel verwijt klager beklaagde dat zij niet attent is geweest op de signalen van schending van de Beroepscode door collega’s en zij geen relevante stappen heeft ondernomen. Tot slot verwijt klager beklaagde dat zij het vertrouwen in de jeugdzorg niet heeft bevorderd door het niet naleven van de beroepsnormen.

De voorzitter van het College stelt vast dat de door klager geuite klachten betrekking hebben op het handelen van beklaagde in haar hoedanigheid van leidinggevende. Met betrekking tot de vraag of het handelen van een leidinggevende al dan niet tuchtrechtelijk beoordeeld kan worden, overweegt de voorzitter van het College als volgt. In het tuchtrecht staat conform artikel 2.1 van het Tuchtreglement de kwaliteit van het handelen van de jeugdprofessional in het jeugddomein jegens betrokkenen centraal. Wanneer een jeugdprofessional wordt ingeschakeld, moet de maatschappij conform artikel 2.3 van het Tuchtreglement ervan op aan kunnen dat de dienstverlening voor de jeugd voldoet aan de kwaliteitseisen. Op grond hiervan overweegt de voorzitter van het College dat het handelen van een jeugdprofessional, die werkzaam is in een leidinggevende functie, in beginsel niet tuchtrechtelijk beoordeeld kan worden. Een dergelijke jeugdprofessional heeft immers geen uitvoerende rol in de dienst- en/of hulpverlening ten opzichte van de jeugdige (en diens opvoeders). De voorzitter van het College overweegt, onder verwijzing naar hetgeen het College van Beroep heeft overwogen in zaak 16.004B onder 2.7 en 2.8 van die beslissing, dat dit onder bijzondere omstandigheden anders kan zijn, bijvoorbeeld als er is gehandeld in strijd met de professionele standaard en dit handelen voldoende weerslag heeft op het belang van de individuele cliënt. De voorzitter van het College is van oordeel dat dit niet het geval is ten aanzien van het handelen van beklaagde dat in de onderhavige zaak voorligt. Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in de klacht.