Een maatregel van berisping wordt opgelegd wegens het aangaan van een behandelrelatie zonder toestemming van beide ouders.

Zaaknummer: 16.136T
Datum beslissing: 1 juni 2017
Oordeel: deels gegrond, deels ongegrond
Maatregel: berisping

Download de volledige beslissing in pdf

In deze zaak is beroep ingesteld. Zie voor de beslissing van het College van Beroep: zaaknummer 17.024B

Gedragswetenschapper (beklaagde) wordt aangeklaagd door vader wegens het zonder toestemming van beide ouders aangaan van een behandelrelatie met zijn zoon. Daarnaast heeft de beklaagde de vader vooraf niet geïnformeerd over deze behandelrelatie.

Klacht

Klager verwijt beklaagde onder meer het volgende: beklaagde is zonder toestemming van ouders een behandelrelatie met hun zoon aangegaan. Beklaagde stelt ten onrechte dat daarvoor geen toestemming van beide ouders nodig is. Daarnaast heeft beklaagde de klager vooraf niet  geïnformeerd over de behandelrelatie.

Beslissing

Het CvT stelt vast dat beklaagde in het kader van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (hierna: WGBO) een behandelrelatie is aangegaan met de zoon. Klager heeft expliciet geen toestemming gegeven voor een behandeling. Niet is gebleken dat er sprake was van een zwaarwegend belang waardoor toestemming van beide ouders niet noodzakelijk zou zijn. Beklaagde heeft zich in haar beroepsmatig handelen daarnaast niet laten leiden door de beroepscode voor Psychologen (beroepscode). Hoewel het CvT van oordeel is dat beklaagde met beste intenties heeft gehandeld, is zij in gebreke gebleven en onzorgvuldig gebleken. Hierbij heeft het CvT tevens laten meewegen dat beklaagde heeft onderkend geen kennis te hebben van de voor haar geldende beroepscode.
Beklaagde heeft voorts erkend dat zij klager niet zelf vooraf heeft geïnformeerd over de behandelrelatie, nu was afgesproken dat de gezinsvoogd dit zou doen. Het CvT overweegt echter dat het de eigen verantwoordelijkheid en taak van beklaagde is om klager hierover zelfstandig te informeren. Hierbij is door beklaagde onvoldoende rekening gehouden met de beroepscode.
Niet is gebleken dat beklaagde zich bewust is van haar eigen professionele verantwoordelijkheid als psycholoog en hoe deze vorm dient te krijgen vanuit de verplichtingen uit de beroepscode en de professionele standaard in het algemeen. Het CvT acht een maatregel van berisping passend.