Maatregel van berisping wordt opgelegd wegens het verwijtbaar tekort schieten als gezinsvoogd, maar ook vanwege het schaden van het beeld ten aanzien van de jeugdzorg in zijn algemeenheid.

Zaaknummer: 16.143T
Datum beslissing: 1 juni 2017
Oordeel: alle klachtonderdelen gegrond
Maatregel: berisping

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. Zie voor de beslissing van het College van Beroep: zaaknummer 17.023B

Moeder klaagt over gezinsvoogd (beklaagde) omdat deze haar onheus heeft bejegend en onwaarheden heeft verteld met betrekking tot de spoed uithuisplaatsing van haar dochter. Het CvT verklaart alle klachtonderdelen gegrond en legt een berisping op.

Klacht

Klaagster verwijt beklaagde – kort samengevat – dat zij onheus is bejegend en dat er onwaarheden zijn verteld met betrekking tot de spoed uithuisplaatsing (hierna: UHP) van haar dochter. Daarnaast heeft klaagster het door haar opgevraagde dossier pas na 17 dagen ontvangen, terwijl dit volgens de wet en de voor beklaagde geldende gedragscode zo spoedig mogelijk dient te gebeuren. Tot slot verwijt klaagster beklaagde dat zij een gesprek met betrekking tot de verlenging van de OTS heeft afgezegd.

Beslissing

Het CvT verklaart alle klachtonderdelen gegrond. De eerste klachtonderdelen komen er in kern op neer dat beklaagde, klaagster onheus heeft bejegend en onwaarheden heeft verteld met betrekking tot een spoed UHP van de dochter. Het CvT staat achter de beslissing tot spoed UHP, maar beklaagde heeft klaagster in haar e-mail van 28 oktober 2015 onjuist geïnformeerd en een onwaarheid geschreven door haar e-mail af te ronden met de zin: “Wanneer [klaagster] hier niet mee akkoord gaat, zal er vanuit [GI] een machtiging uithuisplaatsing worden aangevraagd.” Op het moment van schrijven van de e-mail was het besluit tot spoed UHP reeds genomen. Hierdoor heeft beklaagde het aanzien van de jeugdzorg in zijn algemeenheid alsook de vertrouwensband met klaagster geschaad.
Het komt het CvT voor dat een periode van twee weken, behoudens bijzondere omstandigheden, voldoende is voor het verstrekken van het dossier. In het onderhavige geval is er geen sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het CvT ook dit klachtonderdeel gegrond verklaard.  Doordat beklaagde door juristen van [GI] is geïnformeerd dat er een termijn van vier weken werd aangehouden, kan dit beklaagde echter niet tuchtrechtelijk worden aangerekend.
Het gesprek dat plaats zou vinden met betrekking tot de verlenging van de OTS was geen vrijblijvend gesprek. Hoewel het CvT begrip heeft dat er een drempel aanwezig was, vanwege eerdere omstandigheden waaruit een zekere dreiging van klaagster ging, was het echter aan de professional om daarvoor een goede oplossing te vinden. Een gesprek over de verlenging van de OTS was te belangrijk om zomaar door beklaagde afgezegd te mogen worden zonder hiervoor een deugdelijke verklaring of uitleg te geven.
Het CvT overweegt dat beklaagde tot tweemaal toe met haar handelswijze de kaders van de beroepscode heeft overtreden. Beklaagde is daarmee niet alleen verwijtbaar tekortgeschoten als professional jegens klaagster, maar heeft ook het beeld ten aanzien van de jeugdzorg in het algemeen geschaad. Het CvT acht het opleggen de maatregel van berisping passend.