De maatregel van waarschuwing wordt opgelegd aan een medewerkster van Veilig Thuis omdat onder andere het verzoek tot onderzoek onvoldoende volgens de beroepsnormen is opgesteld en beklaagde te laat heeft ingezien welke verantwoordelijkheden zij ten opzichte van de casus behoorde te dragen. Meerdere artikelen van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker geschonden.

Zaaknummer: 17.105Tb
Datum beslissing: 7 maart 2018
Oordeel: klachtonderdelen I, III, IV, V, VII, IX en X ongegrond, klachtonderdeel II, VI en VIII gegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Klaagster heeft tegen de medewerkster van Veilig Thuis, die lopende het onderzoek van Veilig Thuis aan het onderzoek is toegevoegd, tien klachtonderdelen ingediend. Klaagster verwijt beklaagde onder meer dat zij het gestarte onderzoek van Veilig Thuis onzorgvuldig en onvolledig heeft uitgevoerd. Klaagster meent dat beklaagde op grond van onjuistheden en veronderstellingen een subjectieve conclusie heeft getrokken en een stellig advies geformuleerd heeft.

Het College oordeelt klachtonderdelen II, VI en VIII gegrond. Het verzoek tot onderzoek (geschreven door een collega van beklaagde, maar mede ondertekend door beklaagde) is naar het oordeel van het College onvoldoende volgens de beroepsnormen opgesteld. Gelet op de eigen verantwoordelijkheid en deskundigheid van beklaagde, had het op haar weg gelegen dat zij het verzoek tot onderzoek van correcties had voorzien, dan wel dat zij haar collega had gewezen op de onzorgvuldige formuleringen in het verzoek tot onderzoek. Het College acht dit een schending van artikel D (bevorderen van het vertrouwen in de jeugdzorg), M (verslaglegging / dossiervorming) en T (schending vertrouwen in het beroep en de jeugdzorg door een collega). Daarnaast heeft beklaagde artikel J (vertrouwelijkheid) en F (informatievoorziening over de hulp- en dienstverlening) geschonden, omdat zij de vader van de twee oudste dochters niet heeft geïnformeerd over de beschermtafel noch hem daarvoor heeft uitgenodigd, terwijl beide dochters op meerdere plekken in het verzoek tot onderzoek genoemd zijn. Tot slot strookt de ter zitting gegeven toelichting van beklaagde over het begrip “kinderen belasten met volwassenenproblematiek” niet met de gangbare definitie daarvan. Dit levert een schending op van artikel B (bevordering deskundigheid). Ook zijn de formuleringen in het verzoek tot onderzoek, betreffende dat klaagster haar kinderen zou belasten met volwassenproblematiek, niet door beklaagde aangepast. Dit terwijl niet is gebleken dat klaagster haar kinderen op die wijze belast. Door na te laten deze formuleringen aan te passen, heeft beklaagde in strijd gehandeld met artikel F (informatievoorziening over de hulp- en dienstverlening) en M (verslaglegging / dossiervorming). Bij het opleggen van de maatregel aan beklaagde heeft het College er rekening mee gehouden dat het verwijtbare handelen slechts betrekking heeft gehad op een zeer beperkte periode van betrokkenheid van beklaagde (ongeveer drie weken). Het College heeft daarom aanleiding gezien om te volstaan met het opleggen van de maatregel van waarschuwing aan beklaagde.