Moeder en stiefvader klagen over het handelen van gezinsvoogd. Klachten zijn ongegrond.

Zaaknummer: 16.011T
Datum beslissing: 7 april 2017
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Op 9 oktober 2014 is de (stief)zoon van klagers onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is uitgesproken met als doel dat wordt bereikt dat de zoon weer naar school gaat. Op 15 maart 2015 is de ondertoezichtstelling met een half jaar verlengd en is de Raad voor de Kinderbescherming gemachtigd tot uithuisplaatsing van de zoon in een pleeggezin. Beklaagde is opgetreden als gezinsvoogd. Het College van Toezicht (CvT) heeft beide klagers als belanghebbend aangemerkt en heeft daarbij overwogen dat klaagster ouder met gezag is van zoon en dat klager voorafgaand aan de indiening van de klacht gedurende twee jaar met klaagster en met zoon een gezin heeft gevormd.

Klacht

Kort samengevat verwijten klagers dat beklaagde jegens klagers respectloos heeft gehandeld. Beklaagde heeft klagers om hun geloof gediscrimineerd en het de zoon onmogelijk gemaakt om deel te nemen aan de rituelen en vieringen van zijn godsdienst. Ten tweede is beklaagde niet transparant geweest en heeft daarmee het recht op informatie van klaagster als ouder met gezag geschonden. Ten derde heeft beklaagde misbruik gemaakt van zijn macht. Hij zou niet betrouwbaar en integer zijn. Tot slot heeft beklaagde niet aan waarheidsvinding gedaan.

Beslissing

Beklaagde heeft ten aanzien van alle klachtonderdelen gemotiveerd verweer gevoerd. Het CvT heeft voorts vastgesteld dat klagers klachtonderdelen drie en vier niet nader hebben onderbouwd. Het CvT vindt in de stukken en in hetgeen beklaagde ter zitting heeft verklaard geen aanknopingspunten om te oordelen dat beklaagde heeft gehandeld zoals gesteld door klagers en verklaart daarom alle klachtonderdelen ongegrond.