Moeder gaat in beroep tegen beslissing van het College van Toezicht. Het beroepschrift is deels gegrond verklaard, nu verweerster informatie heeft opgevraagd bij een school zonder toestemming van de moeder. Het College van Beroep heeft geen maatregel opgelegd.

Zaaknummer: 18.016B (18.021T)
Datum beslissing: 20 december 2018
Oordeel: beroep deels gegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Zie voor de beslissing van het College van Toezicht: zaaknummer 18.021T.

Appellante is moeder van twee kinderen, die sinds de ouders uit elkaar zijn bij de moeder wonen. Na een melding bij en een onderzoek door Veilig Thuis is de zaak overgedragen aan het wijkteam, alwaar verweerster betrokken raakte als jeugd- en gezinscoach.

Het beroepschrift richt zicht tegen de klachtonderdelen I t/m III, welke door het College van Toezicht ongegrond zijn verklaard. Klachtonderdeel I ziet onder andere op de vraag of verweerster zorgvuldig heeft gehandeld door informatie op te vragen bij de school van de kinderen nadat appellante telefonisch kenbaar had gemaakt te willen stoppen met de hulpverlening door verweerster. Bij de beoordeling van dit klachtonderdeel weegt het College van Beroep mee dat het in deze casus gaat om hulpverlening in het vrijwillig kader, wat beperkingen oplevert met betrekking tot de mogelijkheden en bevoegdheden van verweerster. Binnen het kader van vrijwillige hulpverlening is het mogelijk om hulp te verlenen en stevige suggesties te doen, maar kan niet (verder) worden gehandeld op het moment dat appellante daar niet meer mee instemt. Op het moment dat appellante aangaf geen hulp meer te willen, had verweerster zich moeten realiseren dat zij geen contact op mocht nemen met de school. Het College van Beroep verklaart dit gedeelte van klachtonderdeel I gegrond. In klachtonderdeel II verwijt appellante verweerster dat zij geen samenwerking heeft gezocht met haar. Het College van Beroep volgt het College van Toezicht in het oordeel dat verweerster zorgvuldig heeft gehandeld. Het College van Beroep weegt daarbij mee dat de opdracht vanuit Veilig Thuis voor beide partijen onduidelijk was, als gevolg waarvan een verschil in verwachtingen van het hulpverleningstraject is ontstaan. Desondanks is het College van Beroep van oordeel dat verweerster heeft gehandeld zoals van haar verwacht mocht worden. De grief faalt.

Klachtonderdeel III ziet op het volgende. Verweerster zou onzorgvuldig gehandeld hebben door een melding aan een GI niet vooraf aan appellante toe te sturen. Verweerster heeft appellante echter voor het versturen van de melding uitgenodigd voor een gesprek. Appellante heeft zelf gekozen niet naar dit gesprek te komen, waardoor zij zichzelf de mogelijkheid heeft ontnomen de melding vooraf in te zien. De grief faalt.

Het College van Beroep komt tot de slotsom dat verweerster met betrekking tot klachtonderdeel I deels een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, maar ziet af van het opleggen van een maatregel. Hierbij neemt het College van Beroep in aanmerking dat verweerster inzicht heeft gegeven in haar handelen en dat zij handelde op basis van een zeer onduidelijke opdracht vanuit Veilig Thuis waardoor de samenwerking met appellante werd bemoeilijkt. Daarnaast gaat het hier om een eenmalige misslag, welke geen schade heeft opgeleverd voor appellante.