Moeder heeft met tussenkomst van een professioneel gemachtigde een beroepschrift ingediend. Het beroepschrift bevat echter niet de gronden van het beroep. Het College van Beroep kan niet anders dan appellante niet-ontvankelijk verklaren in het beroep en komt daardoor niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de klachtonderdelen.

Zaaknummer: 19.003Ba (18.076Ta)
Datum beslissing: 20 mei 2019
Oordeel: niet-ontvankelijk
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Zie voor de beslissing van het College van Toezicht: zaaknummer 18.076Ta.

Moeder is in beroep gegaan tegen de beslissing van het College van Toezicht. Op grond van het Tuchtreglement dient het beroepschrift in ieder geval de gronden van het beroep te bevatten. Onder de gronden wordt verstaan dat een appellant in het beroepschrift tenminste aangeeft dat hij het niet eens is met het oordeel van het College van Toezicht en om welke reden niet. De (gemachtigde van de) moeder is er per e-mailbericht op gewezen waar het beroepschrift (in ieder geval) aan dient te voldoen en zijn handvatten gegeven voor de wijze waarop het beroepschrift gestructureerd kon worden. Tijdens de mondelinge behandeling van het beroep heeft de (gemachtigde van de) moeder zich desgevraagd op het standpunt gesteld dat zij ontvankelijk dient te worden verklaard in het beroep. Bij de mondelinge behandeling van de klacht is volgens haar veel besproken, maar dit is niet terug te lezen in de beslissing. De moeder heeft getracht in haar beroepschrift kenbaar te maken dat de beoordeling van de klachtonderdelen door het College van Toezicht niet op de juiste wijze heeft plaatsgevonden. De jeugdprofessional heeft ook betwist dat hetgeen is besproken tijdens de mondelinge behandeling van de klacht niet is terug te lezen in de beslissing. Daarnaast stelt de jeugdprofessional zich op het standpunt dat zowel tijdens de mondelinge behandeling van het beroep als in het beroepschrift niet nader is onderbouwd op welke onderdelen het College van Toezicht de klachtonderdelen niet juist zou hebben beoordeeld.

Het College van Beroep overweegt dat uit het aanvullende beroepschrift niet blijkt welke informatie die naar voren is gekomen tijdens de mondelinge behandeling van de klacht bij het College van Toezicht, niet is opgenomen in de bestreden beslissing. Ook anderszins is naar het oordeel van het College van Beroep niet gebleken op welke punten de moeder het niet eens is met de beslissing van het College van Toezicht. De gronden van het beroep ontbreken aldus. Het College van Beroep merkt nog wel op dat het betreurt dat de moeder, hoewel vertegenwoordigd door een professioneel gemachtigde, een beroepschrift heeft ingediend dat niet voldoet aan de eisen van het Tuchtreglement. Hierdoor komt het College van Beroep niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de klachtonderdelen, maar kan niet anders dan het ingestelde beroep en daarmee de moeder niet-ontvankelijk te verklaren.