Moeder klaagt over een gedragswetenschapper werkzaam bij de Raad voor de Kinderbescherming, die geen rechtstreeks contact met moeder en haar dochter heeft gehad

Zaaknummer: 16.080T
Datum beslissing: 2 januari 2017
Oordeel: klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klacht

Klaagster verwijt beklaagde van het doen van uitspraken over haar dochter zonder dat beklaagde daartoe onderzoek heeft gedaan dan wel contact met klaagster en/of de dochter onderhouden heeft. Voorts voldoet beklaagde niet aan de functievereisten die gelden voor gedragsdeskundigen die werkzaam zijn bij de Raad. Zij is niet ingeschreven bij het NIP en/of zij voert geen BIG-registratie. Beklaagde zou daarom ook niet bevoegd zijn tot het zelfstandig stellen van diagnoses. Tot slot wenst klaagster dat er een andere gedragsdeskundige dan beklaagde in het mdo-team wordt aangesteld nu klaagster in het oordeel van beklaagde teveel de melding van de schooldirecteur van haar dochter terug ziet. Beklaagde heeft verweer gevoerd.

Beslissing

Het CvT verklaart alle klachtonderdelen ongegrond. Het eerste klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard, omdat klaagster dit klachtonderdeel uitsluitend gebaseerd heeft op uitspraken die een derde zou hebben gedaan. Het CvT kan de feiten die klaagster ten grondslag legt aan haar klacht echter niet vaststellen. Klachtonderdeel twee ziet op de registratie van beklaagde. Zij  is geregistreerd bij SKJ (waardoor de klacht van klaagster immers bij het CvT kon worden ingediend). Het CvT beoordeelt niet over de aanstelling en functieomschrijving van werknemers van de Raad. Tot slot kan een tuchtklachtprocedure niet als doel hebben wijzigingen in een team te bewerkstelligen, zoals klaagster wenst.