Moeder klaagt over gezinsvoogd. Klachten zijn ongegrond.

Zaaknummer: 16.031T
Datum beslissing: 2 december 2016
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Sinds mei 2014 staat de zoon van klaagster onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI). Beklaagde is namens de GI tot juli 2015 is opgetreden als gezinsvoogd. In maart 2015 heeft beklaagde aan klaagster meegedeeld dat onderzoek bij de zoon noodzakelijk is om zijn problematiek en zijn begeleidingsbehoeften in kaart te kunnen brengen. Beklaagde heeft daarbij gesteld dat er zal worden nagegaan of klaagster en de vader van de zoon in staat zijn om de zoon te begeleiden.

Klacht

Klaagster verwijt beklaagde:

  1. dat zij ten onrechte het verzoek om speltherapie voor de zoon en onderzoek naar ADHD en ADD bij de zoon heeft afgewezen;
  2. dat beklaagde haar – klaagster – verwijt dat de zoon nog niet is onderzocht;
  3. dat beklaagde de zoon bij instelling K. wil laten onderzoeken;
  4. dat beklaagde partij trekt voor vader;
  5. dat beklaagde emails heeft verzonden naar een emailadres waarvan klaagster had aangegeven dat zij dit niet gebruikt.

Beslissing

Het College van Toezicht (CvT) heeft klacht 1, 2 en 3 tezamen genomen en overwogen dat beklaagde gelet op de norm vervat in art. 2G van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker (de Beroepscode), die van de jeugdprofessional verlangt dat deze met de ouder overlegt om tot overeenstemming te komen over de hulpverlening, zorgvuldig heeft gecommuniceerd met klaagster. Ten aanzien van klacht 4 overweegt het CvT dat het in het dossier geen aanknopingspunten ziet voor de stelling van klaagster dat beklaagde partij heeft gekozen voor vader. Ten aanzien van klacht 5 overweegt het CvT dat de feitelijke gang van zaken voor wat betreft de al of niet verzonden emails voor het CvT niet vast is komen te staan. Beklaagde heeft ter zitting verklaard dat zij met beide ouders dezelfde afspraken heeft gemaakt over de wijze waarop emailcorrespondentie van ouders met beklaagde diende te worden gevoerd en dat zij klaagster mondeling heeft geïnformeerd over de inhoud van het gesprek dat beklaagde met vader voerde. Het CvT oordeelt dat van een schending van artikel 2F, die van de jeugdprofessional verlangt dat deze de ouder de voor een goede professionele relatie relevante informatie op begrijpelijke wijze verschaft, onder deze omstandigheden dan ook geen sprake is.

Het College verklaart alle klachtonderdelen derhalve ongegrond.