Moeder klaagt over het handelen van gezinsvoogd in strijd met de beroepscode

Zaaknummer: 15.020T
Datum beslissing: 12 november 2015
Oordeel: deels gegrond
Maatregel: voorwaardelijke schorsing (uitvoerbaar bij voorraad)

Download de volledige beslissing in pdf

Het doel van een tuchtrechtelijke waarschuwing is dat de jeugdprofessional reflecteert op zijn of haar beroepsmatig handelen en de gevolgen van dat handelen in ogenschouw neemt. Het College is van oordeel dat gezinsvoogd onvoldoende blijk heeft gegeven van reflectie na een tuchtrechtelijke beslissing van de NVMW (nu: BPSW) en het College van Beroep van SKJ, en acht daarmee artikel S van de Beroepscode (reflectie) geschonden. Dat gezinsvoogd niet heeft gereflecteerd op deze uitspraken blijkt voorts uit het nalaten om contact op te nemen met moeder na de uitspraak van het College van Toezicht van het NVMW (nu: BPSW). Door zich te beroepen op de (toentertijd) herroepelijke status van de uitspraak vanwege een ingesteld beroep hiertegen gaat gezinsvoogd willens en wetens voorbij aan het leereffect van deze uitspraak.

Door het herhalen van uitspraken en belevingen die niet of onvoldoende zijn onderbouwd met feiten en objectiveerbare gronden schendt gezinsvoogd tevens artikel E uit de beroepscode (respect) omdat zij de keuzes van moeder in de opvoeding en ontwikkeling van haar kind niet respecteert. De gezinsvoogd heeft niet aangetoond dat zij er alles aan heeft gedaan om klaagster te informeren. Hiermee artikel F uit de Beroepscode (voorzien van informatie) geschonden.

Het College stelt vast dat gezinsvoogd er niet in is geslaagd om te leren van complexe en moeilijke zaken waarin het handelen en de neutraliteit van de jeugd professional op de proef wordt gesteld. Vanwege de ernst van de feiten en de verwijtbaarheid legt het College een voorwaardelijke schorsing op. Ter voorkoming van de schorsing dient gezinsvoogd een LVSC gecertificeerd supervisietraject te volgen. De opgelegde maatregel is uitvoerbaar bij voorraad.