Moeder klaagt over handelen jeugdbeschermer

Zaaknummer: 16.173T
Datum beslissing: 13 juli 2017
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. Zie voor de beslissing van het College van Beroep: zaaknummer 17.027B.

Moeder klaagt over het handelen van de jeugdbeschermer. De jeugdbeschermer zou begeleiding hebben genegeerd/stopgezet en hij zou partijdig en niet onafhankelijk van de vader zijn. Beklaagde heeft de klachtonderdelen weersproken.

Klacht

Klaagster verwijt beklaagde – kort weergeven – het volgende. Beklaagde heeft begeleiding genegeerd/stopgezet en hij is partijdig en niet onafhankelijk van vader. De wensen van vader worden één op één door beklaagde gevolgd. Beklaagde heeft de belangen van de kinderen ondergeschikt gemaakt aan de wensen van de vader. Beklaagde heeft zich schuldig gemaakt aan machtsmisbruik door een schriftelijke aanwijzing te laten bekrachtigen door de rechter om zo klaagster in een slecht daglicht te zetten bij de rechtbank. Beklaagde heeft geconcludeerd dat er sprake zou zijn van ernstige opvoedingsproblemen bij klaagster en beklaagde is door de Raad voor de Kinderbescherming als enige referent gebruikt. Er is helemaal geen hulpverlening tot stand gekomen en er is geen plan van aanpak gemaakt. Beklaagde heeft tot slot de historie van vader – onder andere met betrekking tot een eerdere vechtscheiding – genegeerd.

Beslissing

Hoewel gesteld door klaagster, is niet gebleken dat beklaagde de belangen van de kinderen ondergeschikt heeft gemaakt aan de wensen van vader. De door klaagster genoemde voorbeelden zijn onvoldoende om tot die conclusie te komen. Beklaagde heeft gehandeld conform de professionele normen die van hem mochten worden verwacht. Er is ook niet gebleken dat er sprake was van machtsmisbruik door beklaagde. Anders dan klaagster heeft gesteld, blijkt uit het gehele dossier dat de hulpverlening juist was gericht op het de-escaleren van de strijd tussen ouders onderling, in het belang van de zoon.

Het College van Toezicht is van oordeel dat beklaagde niet buiten de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is getreden en verklaart daarom alle klachtonderdelen ongegrond.