Moeder klaagt over onheuse bejegening, slechte bereikbaarheid en het tegenwerken van de omgangsregeling door gezinsvoogd

Zaaknummer: 15.012T
Datum beslissing: 1 december 2015
Oordeel: deels gegrond, deels ongegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

De zoon van klaagster is al voor zijn geboorte onder toezicht gesteld en is bij vijf maanden oud uit huis geplaatst. Sindsdien bestaat er een omgangsregeling waarbij klaagster haar zoon eens in de twee weken ziet. Klaagster verwijt de gezinsvoogd onheuse bejegening tijdens de omgangsmomenten, slechte bereikbaarheid en het tegenwerken van uitbreiding van de omgangsregeling en thuisplaatsing van haar zoon.

Door afstand te nemen en door na te laten om de regie in handen te nemen heeft beklaagde zich naar het oordeel van het College vanuit een professionele houding te weinig ingezet voor een goede relatie met klaagster en zich te snel neergelegd bij de ontstane situatie. Daarnaast heeft beklaagde het College niet voldoende de indruk gegeven dat ze zicht heeft op haar ‘eigen inbreng’ in de relatie met klaagster. Beklaagde heeft niet aangetoond dan wel aannemelijk gemaakt dat ze haar handelen voldoende heeft afgewogen en dat ze daarop heeft gereflecteerd of in de toekomst andere keuzes zal maken. Daarmee heeft beklaagde in strijd gehandeld met de norm uit artikel G van de Beroepscode. De overige twee klachtonderdelen zijn door klaagster onvoldoende onderbouwd en om die reden ongegrond verklaard. Het College legt een waarschuwing op.