Moeder klaagt over onoverbrugbare verwijdering tussen haarzelf en haar dochter

Zaaknummer: 15.023T
Datum beslissing: 9 februari 2016
Oordeel: deels gegrond, deels ongegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. Zie voor de beslissing van het College van Beroep: zaaknummer 16.001B

Moeder heeft een dochter uit een inmiddels ontbonden huwelijk. Tijdens gesprekken met de schoolmaatschappelijk werker kwam naar voren dat dochter veel druk ervaarde die vanuit thuis op haar schoolprestaties werd gelegd. Moeder is hierover geïnformeerd door de schoolmaatschappelijk werker. In navolging van de wens van dochter heeft de schoolmaatschappelijk werker in dit gesprek geadviseerd dat dochter tijdelijk bij haar vader zou gaan wonen. Moeder houdt de schoolmaatschappelijk werker verantwoordelijk voor het feit dat er nu een onoverbrugbare verwijdering is tussen haarzelf en haar dochter.

Deze klacht is ongegrond, omdat duidelijk is dat deze beslissing bij de ouders lag. De klachten over het feit dat moeder niet op de hoogte was van de inhoud van het contact tussen de schoolmaatschappelijk werker en haar dochter, en dat de schoolmaatschappelijk werker door haar handelen een onoverbrugbare verwijdering heeft veroorzaakt tussen dochter en klaagster zijn gegrond. De schoolmaatschappelijk werker heeft naar voren gebracht dat zij de keuze heeft gemaakt om de moeder stapsgewijs bij het traject met dochter te betrekken. Het College is van oordeel dat de schoolmaatschappelijk werker onvoldoende heeft gereflecteerd over de gevolgen van deze keuze voor de moeder. Bovendien blijkt onvoldoende op welke wijze de moeder stapsgewijs is betrokken. Door veel zaken bij dochter te laten heeft de schoolmaatschappelijk werker onvoldoende regie genomen. De schoolmaatschappelijk werker heeft niet gehandeld zoals het een redelijk zorgvuldig en bekwaam handelend jeugdprofessional betaamd. Het College legt een waarschuwing op.