Moeder klaagt over zeer ondeugdelijk uitvoeren van raadsonderzoek. Het College heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard.

Zaaknummer: 16.116Ta/Tb
Datum beslissing: 28 april 2017
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Moeder klaagt over het handelen van twee raadsonderzoekers. De raadsonderzoekers zijn belast geweest met de uitvoering van het raadsonderzoek naar de meest wenselijke hoofdverblijfplaats en gezagsvoorziening voor de zoon. Daarnaast is gelijktijdig het raadsonderzoek naar de voorlopige ondertoezichtstelling van de zoon uitgevoerd. De gemotiveerde klachten gaan er onder andere over dat  de raadsonderzoekers zeer ondeugdelijk onderzoek hebben uitgevoerd, De raadsonderzoekers hebben de klachtonderdelen gemotiveerd weersproken.

Klacht

Klaagster heeft een twaalftal klachten aangevoerd. Kort samengevat wordt beklaagden het volgende door klaagster verweten. Volgens klaagster hebben beklaagden

  1. een zeer ondeugdelijk raadsonderzoek uitgevoerd.
  2. geen referenten en deskundigen geraadpleegd. Daarnaast hebben zij moedwillig informatie uit deskundigenrapporten achtergehouden.
  3. alleen de mening van de voormalige gezinsvoogd aangenomen, terwijl deze ernstig heeft gefaald en daardoor inmiddels niet meer betrokken is. Klaagster heeft daarnaast nooit toestemming gegeven om deze gezinsvoogd als informant te benaderen.
  4. zich niet aan het eigen onderzoeksplan gehouden.
  5. nagelaten om een deskundigenonderzoek in te stellen ten aanzien van de uitspraken die de zoon over zijn vader deed en onderzoek naar terugval in het gedrag van de zoon.
  6. onjuiste conclusies getrokken uit het raadsonderzoek.
  7. klaagster en haar kinderen onjuist bejegend.
  8. het definitieve raadsrapport nooit aan klaagster gezonden.
  9. nagelaten een folder te overhandigen die toelicht wat het ‘verhoor’ van een kind bij de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) inhoudt.
  10. het raadsrapport met een zeer vooringenomen houding geschreven.
  11. gemelde zaken, onder andere over stalkmeldingen, volledig weggelaten in het raadsrapport en hebben zelf een verhaal verzonnen
  12. Tot slot is de partner van de vader advocaat in het familierecht en derhalve goed bekend met veel medewerkers van de Raad.

Beslissing

Het College heeft een aantal klachtonderdelen tezamen genomen en deze als volgt beoordeeld. Het College ziet ten aanzien van de stelling dat door beklaagden zeer ondeugdelijk onderzoek is uitgevoerd, in het dossier en het verhandelde ter zitting geen houvast voor deze stelling en dus geen aanleiding om te oordelen dat dit klachtonderdeel gegrond is. De stelling dat beklaagden moedwillig informatie hebben achtergehouden is naar het onderdeel van het College niet onderbouwd. Het College stelt vast dat de klacht die erop ziet dat er geen deskundigenonderzoek is ingesteld geen stand kan houden in het licht van het verweer door beklaagden. Uit het verweer is gebleken dat de Raad na intern overleg en onder afweging van de voor- en nadelen van het inzetten van onderzoek bij de zoon, heeft besloten om daartoe niet te adviseren omdat de Raad en beklaagden op dat moment de meerwaarde daarvan niet zagen. Ten aanzien van de stelling dat beklaagden zonder toestemming van klaagster de voormalige gezinsvoogd als informant hebben geraadpleegd is gebleken dat klaagster hiertoe een toestemmingsverklaring heeft ondertekend. Dit klachtonderdeel kan derhalve geen stand houden.

Over de klachtonderdelen die er op zien dat de raadsrapportage uitspraken en stellingen bevat die klaagster niet zou hebben gedaan en dat door klaagster ingebrachte informatie ontbreekt oordeelt het College als volgt De Raad heeft, na de klachtenprocedure bij de Raad, klaagster alsnog een afschrift van het definitieve raadsrapport gezonden en per brief aan klaagster medegedeeld dat de overeengekomen aanpassingen verwerkt zouden worden. Klaagster stelt dat zij daarop niets meer van de Raad heeft vernomen. Nu gemachtigde van beklaagden ter zitting heeft toegezegd dat er een gesprek zal worden belegd, waarin klaagster haar punten over de rapportage zal kunnen inbrengen, is er geen belang meer bij de handhaving van dit klachtonderdeel waardoor de grondslag hiertoe komt te vervallen. Ook in de overige klachtonderdelen heeft het College gelet op het verweer geen aanleiding gezien deze klachtonderdelen gegrond te verklaren. Alles overwegende komt het College tot het oordeel dat alle klachtonderdelen ongegrond zijn.