Moeder verwijt gezinsvoogd onjuiste informatie te hebben verstrekt

Zaaknummer: 15.005B
Datum beslissing: 7 juni 2016
Oordeel: deels ongegrond, deels gegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Moeder verwijt gezinsvoogd, dat er onjuiste informatie is verstrekt door gezinsvoogd, die naar het gerechtshof een onderzoeksrapport heeft gestuurd, waartegen moeder met succes een klacht had ingediend bij het NIP. Van deze gegrond verklaarde klacht had de gezinsvoogd geen melding gemaakt. Moeder verwijt gezinsvoogd verder dat zij niet betrokken is bij indicatiebesluit en plannen van aanpak. Verder klaagt moeder dat zij haar zoon sinds 18 december 2013 niet meer heeft mogen zien.

Gezinsvoogd acht klachten niet ontvankelijk voor zover deze betrekking hebben op periode voor 1 januari 2014. Op 1 januari 2014 is de registratie van jeugdzorgwerkers bij BAMw/NVMW gebeurd en jeugdzorgwerkers vallen pas na ondertekening van de Beroepscode onder het tuchtrecht van SKJ.

College acht zich onbevoegd oordeel uit te spreken over klachten, die dateren uit de periode van 13 april 2011 tot 1 januari 2014, in welke periode gezinsvoogd stond ingeschreven in de kamer maatschappelijk werk van het BAMw register. Het College is dan ook uitsluitend bevoegd voor klachten van na 1 januari 2014.

Wat de eerste klacht betreft oordeelt het College dat de daar vermelde werkwijze, waarbij door gezinsvoogd het KSCD rapport naar het hof is gestuurd zonder de uitspraak van het College van Toezicht van het NIP van 11 september 2013 mee te sturen, althans zonder tenminste de uitslag van die uitspraak te vermelden, in strijd komt met de waarden en normen van het beroep van Jeugdzorgwerker. De omstandigheid, dat volgens informatie van de zijde van gezinsvoogd door de aangeklaagde psycholoog inmiddels beroep was ingesteld tegen de onderhavige uitspraak, maakt dit oordeel niet anders. De klacht van moeder. is in zoverre gegrond.

De overige klachten van moeder worden ongegrond verklaard, waarbij het College opmerkt dat het bepaald waardering heeft voor de wijze waarop de gezinsvoogd vorm heeft gegeven aan het zoveel mogelijk normaliseren van het contact tussen moeder en zoon.

Het College ziet ten slotte onvoldoende aanleiding om naast de gegrondverklaring van de eerste klacht een maatregel op te leggen. Als redenen daartoe kunnen worden aangevoerd, dat de door de gezinsvoogd gemaakte fout snel is hersteld, zij het niet door toedoen van de gezinsvoogd zelf, en dat het overige optreden van de gezinsvoogd in een gecompliceerde ondertoezichtstelling c.q. voogdijzaak naar het oordeel van het College bepaald waardering verdient.