Moeder voelt zich onvoldoende serieus genomen door een medewerker van Veilig Thuis en trekt diens vakbekwaamheid in twijfel. Het College van Beroep verklaart het beroep in alle onderdelen ongegrond.

Zaaknummer: 18.015B (17.117T)
Datum beslissing: 21 januari 2019
Oordeel: beroep ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Zie voor de beslissing van het College van Toezicht: zaaknummer 17.117T.

De moeder heeft bij het College van Toezicht vier klachtonderdelen ingediend over het handelen van een medewerker van Veilig Thuis, hierna te noemen: verweerster, die in het kader van het onderzoek betrokken is geweest. Er heeft een gesprek plaatsgevonden tussen Veilig Thuis en vader waarbij de moeder, om redenen waarover de visies van partijen verschillen, niet aanwezig is geweest. De moeder stelt in de klachtonderdelen onder meer dat verweerster informatie over de vader heeft genegeerd en onterechte conclusies over haar psychische gesteldheid heeft getrokken. De moeder twijfelt daarnaast aan de deskundigheid van de verweerster om een goed onderzoek te kunnen uitvoeren. Drie van de vier klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard en een klachtonderdeel is deels gegrond verklaard door het College van Toezicht.

In beroep falen alle grieven die de moeder tegen de beslissing van het College van Toezicht heeft ingediend. Het College van Beroep stelt vast dat ten aanzien van het tweede klachtonderdeel, dat er op ziet dat verweerster appellante niet serieus heeft genomen en geen interesse toonde in haar mening over de vader, de moeder de klacht in beroep heeft proberen uit te breiden. Het College van Beroep verklaart de moeder ten aanzien hiervan deels niet-ontvankelijk in de grief en verwerpt voor het overige de grief.

Een ander klachtonderdeel van de moeder, klachtonderdeel IV, richt zich erop dat de moeder vindt dat medewerker van Veilig thuis zich onvoldoende deskundig heeft getoond op het gebied van narcisme. Het College van Beroep heeft vastgesteld dat verweerster is geregistreerd bij SKJ. Gelet op het feit dat de registratieaanvraag van verweerster is goedgekeurd, maakt dat zij heeft aangetoond aan een bepaalde mate van vakbekwaamheid te voldoen en in beginsel beschikt over kennis en vaardigheden om in complexe situaties passende hulp te bieden. Nu nagenoeg alle klachten van de moeder ongegrond zijn verklaard, is daaruit niet gebleken dat verweerster onvoldoende deskundig is om haar werkzaamheden bij Veilig Thuis uit te voeren. Het College van Beroep overweegt daarnaast dat van een jeugdprofessional mag worden dat deze op grond van artikel O (beroepsuitoefening en samenwerking) van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker de grenzen van de eigen expertise kent. Het College van Beroep is van oordeel dat verweerster, door de deskundigheid van de GZ-psycholoog in te schakelen, in overeenstemming heeft gehandeld met artikel O van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker.

Het College van Beroep verklaart de moeder deels niet-ontvankelijk in de grief gericht tegen klachtonderdeel II en handhaaft voor het overige het oordeel van het College van Toezicht, hetzij onder aanvulling van de motivering.