Nadat het College van Toezicht wegens twee gegronde klachten de maatregel van waarschuwing had opgelegd, acht het College van Beroep ook een derde klacht gegrond en legt in plaats van de waarschuwing de maatregel van berisping op aan een jeugdzorgwerker. Ondanks de opdracht van de kinderrechter heeft de jeugdprofessional de contactmomenten te weinig begeleid. De jeugdzorgwerker heeft geen blijk gegeven van reflectie op zijn eigen handelen en onvoldoende zelfinzicht getoond.

Zaaknummer: 18.011B (17.125T)
Datum beslissing: 19 november 2018
Oordeel: beroep deels gegrond
Maatregel: berisping

Download de volledige beslissing in pdf

Zie voor de beslissing van het College van Toezicht: zaaknummer 17.125T.

Appellanten zijn de oom en tante van twee minderjarige kinderen. De kinderen zijn sinds 2006 onder toezicht gesteld en uithuisgeplaatst. Het jongste kind is bij appellanten, als zijnde netwerkpleegouders, geplaatst. Het oudste kind verblijft in een gezinshuis. De ouders van de kinderen zijn uit het gezag ontheven. De jeugdzorgwerker, verweerder, heeft in deze casus, na het beƫindigen van het gezag van de ouders, als voogd opgetreden. Eerst voor beide kinderen en later alleen voor het oudste kind.

Het tweede klachtonderdeel ziet toe op het feit dat verweerder volgens appellanten veelvuldigĀ  onbegeleid contact tussen vader en het oudste kind toestaat. Anders dan het College van Toezicht is het College van Beroep van oordeel dat verweerder niet zorgvuldig heeft gehandeld in het begeleiden en vormgeven van het contact tussen de vader en het oudste kind. In de beschikking van de rechtbank staat opgenomen dat de GI op verantwoorde wijze de contacten tussen ouders en de kinderen moet begeleiden. Het College van Beroep overweegt dat een beschikking van de rechtbank het uitgangspunt voor het uitvoeren van een kinderbeschermingsmaatregel is. Begeleiding, in welke vorm dan ook, wordt in de onderhavige situatie van verweerder verwacht. Het College van Beroep overweegt dat het enkele feit dat er geen zorgen zouden zijn over een kind, niet betekent dat een beschikking niet hoeft te worden gevolgd. Er is onvoldoende gebleken dat verweerder deze contactmomenten voldoende heeft begeleid zoals van hem mocht worden verwacht. Het College van Beroep verklaart dit klachtonderdeel gegrond. Het College van Beroep heeft bij de zwaarte van de op te leggen maatregel in overweging genomen dat niet is gebleken dat verweerder heeft getracht de schade te beperken en/of het ontstane nadeel te keren. Het College van Beroep heeft de maatregel van waarschuwing ingetrokken en het opleggen van de maatregel van berisping passend en geboden geacht.