Nu in beroep bijna alle klachtonderdelen gegrond zijn verklaard, legt het College van Beroep een voorwaardelijke schorsing op aan een jeugdbeschermer, onder meer wegens onzorgvuldigheden in een gezinsplan en een te late aanmelding van een kind bij een instelling, waarover hij tevens naar appellant (vader van het kind) toe niet transparant is geweest.

Zaaknummer: 18.012B (17.132T)
Datum beslissing: 19 november 2018
Oordeel: beroep deels gegrond, klachtonderdeel II en IV alsnog gegrond
Maatregel: voorwaardelijke schorsing

Download de volledige beslissing in pdf

Zie voor de beslissing van het College van Toezicht: zaaknummer 17.132T.

Appellant is de vader van een minderjarig kind, die sinds 2015 onder toezicht is gesteld. Verweerder heeft de ondertoezichtstelling uitgevoerd en het College van Toezicht heeft de tegen hem ingediende klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het beroepschrift van appellant ziet op de klachtonderdelen II en IV, welke door het College van Toezicht ongegrond werden verklaard.

Met betrekking tot klachtonderdeel II is het College van Beroep van oordeel dat het opnemen in het gezinsplan van niet onderbouwde uitspraken over appellant onzorgvuldig is en dat verweerder daarnaast het concept gezinsplan had moeten overleggen aan appellant, alvorens dit naar de rechtbank werd gestuurd. Met betrekking tot het tweede gedeelte van klachtonderdeel II is het College van Beroep van oordeel dat de uitzonderingsgrond van artikel J van de Beroepscode niet betekent dat alle beschikbare (persoonlijke) informatie in rapportages mag worden opgenomen en gedeeld zonder dat daaraan een beoordeling vooraf gaat of de informatie noodzakelijk en relevant is voor de onderbouwing voor het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. Verweerder heeft in deze casus onvoldoende stilgestaan bij de relevantie en omvang van de tekst die is opgenomen in het gezinsplan en het College van Beroep is van oordeel dat hij toestemming had moeten vragen aan appellant voor het opnemen van de informatie over het verleden van appellant.

Klachtonderdeel IV ziet toe op de aanmelding van de zoon van appellant bij een instelling. Anders dan het College van Toezicht, acht het College van Beroep het wel degelijk tuchtrechtelijk verwijtbaar dat het veel te lange tijd, te weten van december 2016 tot februari 2017, heeft geduurd alvorens verweerder de aanmelding bij de instelling in gang zette. Bovendien is verweerder, ten aanzien van de termijn waarop de uiteindelijke aanmelding heeft plaatsgevonden, niet transparant geweest tegenover appellant.

Het College van Beroep stelt vast dat in beroep de klacht op meerdere (en in totaal bijna alle) klachtonderdelen gegrond is verklaard. Verweerder heeft onvoldoende de regie genomen (klachtonderdeel I), de bronvermelding is onvoldoende geweest (klachtonderdeel II sub a), hij heeft een concept gezinsplan naar de rechtbank gestuurd zonder dit vooraf aan appellant toe te sturen (klachtonderdeel II sub c), verweerder heeft hier persoonlijke informatie in opgenomen zonder toestemming te vragen aan appellant (klachtonderdeel II sub d), hij heeft een onjuiste aanname gedaan zonder deze te controleren (klachtonderdeel III), en tenslotte heeft verweerder te lang gewacht met het aanmelden bij de instelling en is hierover niet transparant geweest tegen appellant (klachtonderdeel IV). Het College van Beroep legt de maatregel van voorwaardelijke schorsing aan verweerder op.