Een ouder zonder gezag heeft een beperkte rechtspositie in het kader van een ondertoezichtstelling

Zaaknummer: 14.002Ba/14.002Bb
Datum beslissing: 4 mei 2015
Oordeel: deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Vader is de biologische vader van een vierjarige dochter, de moeder is belast met eenhoofdig ouderlijk gezag. Verweersters zijn opvolgende gezinsvoogden geweest in de ondertoezichtstelling, die over de dochter is uitgesproken. Tijdens de ondertoezichtstelling is er begeleide omgang geweest tussen vader en dochter.

De vader heeft tal van klachten met betrekking tot de uitvoering van de ots, hij klaagt dat er ten onrechte geen voorbereidende stappen zijn genomen om de dochter bij hem en zijn moeder te plaatsen, hij klaagt over een gebrek aan informatie betreffende de uitvoering van de ots en hij is het ook niet eens dat de omgang begeleid wordt.

Het College stelt vast dat de vader, als ouder zonder gezag, slechts een beperkte rechtspositie heeft in het kader van de ondertoezichtstelling. De klachten dat vader ten onrechte geen inzicht krijgt in de werkmethodiek van de gezinsvoogden, er geen familienetwerkberaad is ingezet en hij niet is betrokken bij periodieke evaluaties stuiten hierop af. In overeenstemming met de Beroepscode hebben de gezinsvoogden vader in hoofdlijnen op de hoogte gehouden over de ontwikkeling van zijn dochter. Gezien de slechte communicatie tussen vader en moeder is de beslissing van de gezinsvoogden om vader niet verder te informeren begrijpelijk.

Vader verwijt één van de gezinsvoogden dat de omgangsregeling met zijn dochter is mislukt. Het College van Beroep stelt vast dat de gezinsvoogd alles wat in haar vermogen ligt, heeft gedaan om een goed functionerende omgang tot stand te brengen. Door gebrek aan medewerking van beide ouders, en de verhuizing van moeder en dochter naar het buitenland is dit tot op heden mislukt.

Met betrekking tot de meer algemene klachten van vader over de werkwijze en de werkhouding van de gezinsvoogden herhaalt het College haar eerdere oordeel dat de gezinsvoogden er alles aan hebben gedaan om contactherstel tussen vader en dochter te bewerkstelligen. Zij zijn ondanks de negatieve bejegeningen van vader steeds respectvol naar hem gebleven. Beide gezinsvoogden hebben gehandeld zoals het een zorgvuldig handelend jeugdzorgwerker betaamd.

Conclusie: een klacht is niet ontvankelijk en de overige klachten zijn ongegrond.