Ouders klagen over het handelen van de jeugdbeschermer met betrekking tot de uithuisplaatsing van hun dochter.

Zaaknummer: 17.016T
Datum beslissing: 13 juli 2017
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Ouders klagen over hun jeugdbeschermer wegens diens handelen met betrekking tot de uithuisplaatsing( hierna: UHP) van hun dochter. Zij stellen  onder meer dat een UHP een uiterst redmiddel is als er geen andere oplossingen zijn. Ouders zijn van mening dat andere oplossingen om terugplaatsing te realiseren niet voldoende zijn onderzocht door beklaagde. Beklaagde weerspreekt alle klachtonderdelen.

Klaagsters verwijten beklaagde – kort weergeven – het volgende. Beklaagde heeft niet alles in het werk gesteld om UHP te voorkomen en, vervolgens, een terugplaatsing te realiseren. Beklaagde heeft de mogelijkheden tot een netwerkplaatsing niet onderzocht. Beklaagde heeft de omgangsregeling zo ingericht – lage frequentie en korte duur – dat terugplaatsing geen optie meer was. Beklaagde heeft geen oog gehad voor de familiebanden nu hij zich niet heeft ingespannen om een goed lopende omgangsregeling met de grootouders vast te stellen.

Het College van Toezicht (CvT) verklaart alle klachtonderdelen ongegrond. Op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting komt het CvT tot oordeel dat beklaagde niet buiten de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is getreden en verklaart daarom alle klachtonderdelen ongegrond.