Ouders zijn in beroep gegaan nu zij van mening zijn dat het College van Toezicht ten onrechte de negen ingediende klachten heeft geclusterd tot drie onderwerpen. Daarnaast zou het College van Toezicht zich in de beslissing ten onrechte hebben uitgesproken over het gedrag van de ouders. Het College van Beroep verklaart het beroep in alle onderdelen ongegrond.

Zaaknummer: 18.004B (17.085T)
Datum beslissing: 22 november 2018
Oordeel: beroep ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Zie voor de beslissing van het College van Toezicht: zaaknummer 17.085T

Appellanten zijn de ouders van een thans meerderjarige dochter. Bij het College van Toezicht hebben de ouders negen klachten ingediend tegen de jeugd- en gezinsbeschermer die aanvankelijk in het vrijwillige kader maar na het uitspreken van de ondertoezichtstelling over de dochter, in het gedwongen kader betrokken is geweest bij het gezin.

De kern van het beroepschrift ziet erop dat het College van Toezicht ten onrechte de negen ingediende klachtonderdelen heeft geclusterd rondom drie onderwerpen en de klachtonderdelen aldus niet allen afzonderlijk heeft beoordeeld. Appellanten stellen zich op het standpunt dat belangrijke informatie en diepgang door de clustering verloren is gegaan. Het College van Beroep heeft overwogen dat het clusteren van klachtonderdelen een bevoegdheid is die toekomt aan de tuchtcolleges van SKJ. Het College van Beroep heeft geoordeeld dat nu appellanten hebben nagelaten te specificeren op welke wijze er belangrijke informatie/diepgang verloren is gegaan, er onvoldoende grond is om aan te nemen dat het College van Toezicht niet op goede gronden de klachtonderdelen geclusterd heeft behandeld.

Tot slot richt een grief zich tegen het feit dat het College van Toezicht in de bestreden beslissing een passage heeft opgenomen waarin het zich uit heeft gesproken over het gedrag van appellanten. Het College van Beroep is het in de kern met appellanten eens dat er geoordeeld dient te worden over het handelen van een beklaagde. Het College van Beroep leest in de bestreden opmerking echter een weergave van het beeld dat het College van Toezicht van de situatie heeft gekregen. Het College van Beroep volgt daarbij het standpunt van verweerder dat deze opmerking gezien moet worden in de context van het handelen van verweerder als jeugdprofessional.