Vader dient een klacht in tegen gezinsvoogd omdat geen gehoor is gegeven aan een rechterlijke beschikking en waarbij tevens de moeder zou zijn aangespoord tot het verzoeken van eenhoofdig gezag

Zaaknummer: 16.058T
Datum beslissing: 10 november 2016
Oordeel: klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klacht

De vader verwijt beklaagde dat hij de rechterlijke beslissing van 3 september 2015 niet zou hebben uitgevoerd nu daarin de vastgestelde omgang geen doorgang heeft kunnen vinden. Voorts heeft beklaagde ten onrechte de Raad verzocht onderzoek te verrichten naar één ouder gezag. Na de afwijzing van de Raad heeft beklaagde moeder aangespoord eenhoofdig gezag aan te vragen. Tot slot zou beklaagde door het geven van de schriftelijke aanwijzing op 20 augustus 2015 de rechterlijke beslissing ongedaan hebben willen maken.

Beslissing

Het CvT verklaart de klacht in al zijn onderdelen ongegrond. In de rechterlijke beslissing van 3 september 2015 is een omgangsmoment vastgesteld voor 5 september 2015. Op vrijdag 4 september 2015 heeft tussen klager en de gecertificeerde instelling (verder: de GI) overleg plaatsgevonden over de wijze van uitvoering van dit omgangsmoment. De GI heeft de beschikking vanwege praktische redenen niet uitgevoerd. Beklaagde stelt dat zij geen contact heeft opgenomen met klager op 4 september 2015, omdat zij die dag een vrije dag heeft opgenomen. Vanwege het ontbreken van aanwijzingen kan niet worden vastgesteld welke feiten ten grondslag liggen aan het al dan niet tuchtrechtelijke verwijtbaar handelen. Voorts is door beklaagde op 7 september 2015 een oplossing aangedragen voor de ‘gemiste’ omgang van 5 september 2015. Ook het tweede klachtonderdeel acht het CvT ongegrond. Uit het dossier van de GI is gebleken dat de kinderen niet veilig bij klager konden verblijven en dat vervolgens begeleide omgang tussen de klager en zijn kinderen is vastgesteld. Dit maakt het begrijpelijk dat beklaagde de mogelijkheid van eenhoofdig gezag met moeder besproken heeft. Door een gesprek met moeder aan te gaan, heeft beklaagde gehandeld in het belang van de kinderen en zich niet begeven buiten de kaders van het beroepsmatig handelen. Tot slot wordt ook het derde onderdeel van de klacht ongegrond verklaard, nu de schriftelijke aanwijzing van 20 augustus 2015 door de GI is ingetrokken na de rechterlijke beslissing van 3 september 2015.